Deze column is verschenen in Sum oktober 1994

 
Door toeval en nieuwsgierigheid gedreven kwam ik op een zaterdagnacht in augustus terecht in de Rotterdamse cult-disco Night Town en ik moet u zeggen: ik heb mijn ogen uitgekeken. Ze lagen bijna op schoteltjes! Night Town is een disco met drie dansvloeren onderling verbonden door trappen en gangetjes. Het binnenkomen is al een belevenis van de eerste orde. Ik moest door een detectiepoort en werd onmiddellijk gespot. Uitvoerige fouillering tot met de inhoud van mijn sigarenkoker was mijn deel.

Na dit welkom voelde ik me in ieder geval uiterst serieus genomen. De portier zag mij tenminste aan voor een potentiële drager van wapentuig en dat overkomt je als professor niet iedere dag. Daarna het labyrint van gangen ingedoken. Het is daar een drukte van belang. Overal staan en hangen jongens en meisjes. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 25 jaar. Ik zou dus met mijn 46 jaar en kale kop op zijn minst een bezienswaardigheid moeten zijn. Niets van dat al. Ik had net zo goed geen lijf kunnen hebben. Als een onzichtbare geest dwaalde ik door de gangen om tenslotte in een van de grote danszalen aan te komen. Daarbinnen op de dansvloer een paar honderd jongeren en op het amfitheater rond de dansvloer nog eens zo'n aantal. Op het podium half ontblote jongelui die als inspiratiebron voor de dansenden dienden en zich in prachtige bochten en andere bewegingen kronkelden.

Ik heb daar een tijdje staan kijken. Naarmate dat langer duurde sloeg de verbazing en tenslotte de verbijstering toe. Iedereen probeerde cool te zijn. Er was geen enkel contact tussen mensen die elkaar niet kennen. Keek je iemand aan, dan kreeg je een wezenloze blik terug. Niet een keer, maar tientallen keren. Wat mij daarbij opviel is dat het cool zijn de jongens veel beter lukt dan de meisjes. Het was vol met mooie mannen en vrouwen, maar behalve de oorverdovende muziek die je zeker in hoger sferen brengt, was er op het eerste gezicht niets te beleven. Nergens zag je een flirt - laat staan een versierpartij. Het uitstralen van uiterste verveeldheid was de code. Die verveeldheid was overigens dikwijls heel mooi verpakt. Prachtige kleren en maar al te vaak prachtige lijven. Het zou daar heel erg opwindend kunnen zijn. Het kost niet veel moeite om je seksuele fantasie de vrije loop te laten. Prikkels genoeg. Maar toch, er gebeurde niets. Ik zelf werd niet gezien, zelfs niet een beetje.

Na twee uur rond gelopen te hebben, heb ik het pand in grote verwarring verlaten. Is dit de toekomst, zo vroeg ik mij af? Is het deze kille harde maatschappij, waarin eenieder voor zichzelf leeft, die ons te wachten staat? Of is het gewoon maar een beetje uitgaan en is dat cool doen een modetrend die weer net zo snel voorbij gaat als de meeste modetrends? Ik weet het niet. Ik hoop dat ik ongelijk heb en dat het allemaal veel onschuldiger is dan ik waarneem. De socioloog in mij zegt echter dat dit inderdaad de toekomst wel eens zou kunnen zijn. Het enige dat ik daartegenover kan stellen is dat men mij dan zal tegenkomen. Dit zal ik te vuur en te zwaard bestrijden, daar is mij Holland en het volk dat daar woont te lief voor!

Deze column is verschenen in Sum oktober 1994