Deze column is verschenen in Sum mei 1994

Studenten en politiek: nu niet direct een ideaal koppel. De belangstelling onder jongeren voor de verrichtingen van de politiek is niet erg groot en al helemaal niet levendig. De meeste politieke jongerenorganisaties worden bemenst door oudere jongeren en de echt leuke en aantrekkelijke jongeren vind in de disco, niet op de partijpolitieke avonden. Net als de kerken lopen de politieke partijen leeg en zijn het de jongeren die het eerst vertrekken. De politiek levert niet de spanning en het vertier op waaraan je behoefte hebt als je jong bent. Bovenal is de politiek machteloos. De politiek stelt menig probleem, maar weet weinig echt op te lossen. Een heldere stellingname wordt immer gevolgd door een nuancering die van het eerder ingenomen standpunt weinig heel laat.

Het zespuntenprogramma van Bolkestein inzake de beheersing van de stroom asielzoekers dat zoveel stof deed opwaaien bevatte slechts een nieuw punt. Dat punt was dat vluchtelingen van buiten Europa niet meer in ons land zouden worden opgenomen maar met behulp van onder meer Nederlands ontwikkelingsgeld in hun eigen regio. Uit gerekend dit nieuwe punt wordt door Bolkestein een dag later weggenuanceerd. Uit allerlei onderzoek blijkt dat jongeren duidelijk stellingname verkiezen boven het vage compromis. Voor zover niets nieuws onder de zon. Ook in de roemruchte jaren zestig, de tijd dat ik jullie leeftijd had, werd door jongeren duidelijkheid boven vaagheid gesteld en moest het leven vooral spannend zijn.

Ook wij vonden aan de Hollandse partijpolitiek weinig te beleven en richtten ons liever op de grote wereldvraagstukken als de strijd tegen het oprukkende kapitalisme, de oorlog in Vietman, de uitputting van de grondstoffen, milieubeleid (en dat graag wereldomvattend) en natuurlijk het verbeteren van de positie van de landen in de zogenoemde derde wereld. Het verschil tussen toen en nu is dat jongeren liever wat dichter bij huis blijven en zich meer bekommeren om hun directe omgeving en om vraagstukken waar zij met hun beperkte mogelijkheden meteen iets aan kunnen doen. Men wil concrete resultaten: hier en nu!

Binnen de weinig levendige belangstelling voor politieke partijen scoort D66 relatief hoog. Dat vind ik op zijn minst opmerkelijk. Zeker, Hans van Mierlo is een schat van een man en zeker iemand met uitstraling, maar verder?

D66 staat voor niets, zelfs niet voor haar staatkundige hervormingen. Het bestaansrecht van D66 ligt in de heldere stellingname dat je naast een stem op de controle van de macht ook een stem moet kunnen uitbrengen op de macht zelf. Dus gekozen burgemeesters, ministerpresidenten e.d. Een beetje het Amerikaanse systeem. Daarnaast wil de partij dat niet het volk via referenda over belangrijke zaken kan meestemmen. Geen van deze punten blijken voor D66 breekpunten te zijn als het pluche dus de macht in zicht komt. Naast deze staatkunde heeft de partij niets meer te melden dan dat zij redelijk wil zijn en tussen de uitersten door wil laveren. Dus doe me een lol als je gaat stemmen op 3 mei aanstaande: stem op iets duidelijks en niet op D66!

Deze column is verschenen in Sum mei 1994