Gepubliceerd in Carros, 2e jaargang nr. 5. november / december 1995


De mobiliteit in Nederland is met 1% toegenomen. Het aantal personenautokilometers steeg met i,6%. De automobiliteit blijkt in vergelijking met 1986 16% te zijn gegroeid. Het aantal reizigerskilometer per trein daalde. Tram, bus en metro bleven op het peil van 1993.
Een droge, maar zeer onthutsende opsomming van feiten in de Miljoenennota onder het hoofdstukje ‘mobiliteit en infrastructuur’. De strijd van achtereenvolgende kabinetten tegen het oprukken van de automobiliteit is niet alleen een verloren strijd, maar ook het alternatief, openbaar vervoer, blijkt niet in staat te zijn een graantje mee te pikken van de nog steeds toenemende mobiliteit.

De trein scoort op dit punt het slechtst. Het aantal reizigerskilometers loopt terug, en dat ondanks de privatisering van het bedrijf en de introductie van steeds maar weer nieuwe producten. Daar is liet dweilen met de kraan open. Wat aan de ene kant wordt gewonnen door kostenreductie, vooral in de personele sfeer, wordt aan de andere kant weer tenietgedaan duur het verlies van marktaandeel, niet alleen relatief maar zelfs absoluut. De directie wordt daarop door niemand publiekelijk aangesproken. President Den Besten mag doorgaan met zijn blijde boodschap en optimistische visie. Lijkt me ook niets op tegen, want een sombere kijk biedt helemaal geen oplossing. Waar echter wél veel op tegen is, is dat met de man geen harde afspraken worden gemaakt over de resultaten die hij met zijn bedrijf zal moeten halen. Eén van die resultaten moet natuurlijk de vergroting van het absolute en relatieve marktaandeel in de mobiliteit zijn. Graag in harde cijfers, het aantal reizigerskilometers bijvoorbeeld.

Het openbaar vervoer staat er in deze Miljoenennota dus gekleurd op, maar maatregelen (ten goede) blijven uit. Zeker, er wordt extra geld uitgetrokken voor grote railinfrastructuurprojecten, met name in de Randstad. Een bedrag dat tot het einde van onze eeuw oploopt tot zo’n zes miljard gulden. Die projecten moeten de positie van het openbaar vervoer tegenover de auto verbeteren. Maar vanzelf zal dat niet gaan. Alle infrastructurele investeringen ten spijt is het aantal reizigerskilometers niet toe- maar afgenomen en dat geeft te denken. Kennelijk is er in de bedrijfsvoering nog een hoop te verbeteren en schort het aan producten die klanten kunnen verlokken de auto te laten staan en het openbaar vervoer te nemen. Toch staan velen van ons dagelijks in ellenlange files, waarvan lengte en tal nog steeds groeien.

Een goed alternatief is het openbaar vervoer momenteel dus nog steeds niet. De voornaamste oorzaak daarvan moet worden gezocht in het feit dat het openbaar vervoer op geen enkele manier een aansluiting heeft op ons privé-vervoer per auto. De overstap van het ene vervoermiddel in het andere is slecht of in het geheel niet geregeld. De voorvorige minister van Verkeer en Waterstaat, destijds mevrouw Smit-Kroes (VVD), begreep dat en liet toen zogenaamde ‘transferia’ ontwerpen. Dit waren enorme parkeergarages aan de randen van de grote steden, van waaruit de automobilist kon overstappen op allerhande openbaarvervoersmodaliteiten. De stedelijke centra zouden worden ontlaat van autoverkeer en niet langer meer verstoppen, en een snelle afhandeling van het vervoersaanbod van buiten de stad was gegarandeerd. Hetzelfde zou gaan gelden voor het vrachtverkeer. In grote distributiecentra buiten de stad zouden de goederen worden gelost, om vervolgens met kleine auto’s fijnmazig te worden gedistribueerd. Dat zou een hoop moeizaam gemanoeuvreer van veel te grote vrachtwagens in de steden schelen en bijdragen tot ontstopping van die steden.

Van al deze mooie plannen is er na zeven jaar nog niet één gerealiseerd. Er is geen stad in dit land die over een dergelijk transferium kan beschikken. Men schroomt overigens niet een parkeerplaatsje met een gebrekkige openbaarvervoersaansluiting met deze mooie naam te tooien. Maar daar is ons land goed in, in schone schijn, met name in woorden.

Ondertussen wordt de lastendruk op de auto gewoon verder opgevoerd. Onze accijns op benzine en diesel - toch al niet voor de poes in vergelijking met onze directe buurlanden - gaat nu voortaan gelijk op met de gemiddelde prijsstijging. Hebben we niet elk jaar dat gedonder over een kwartje van Kok of iets dergelijks? Er hoeft geen besluit meer over te worden genomen in het parlement, dus geen politiek gekrakeel meer, en de pers kan op zoek naar andere onderwerpen die de burger beroeren. Daar staat overigens geenszins een voortvarende aanpak van het fileprobleem tegenover. U blijft niet alleen in de file staan, maar ze worden langer en vinden verspreid over de gehele dag plaats. Nieuwe producten om de aansluiting van particulier- en openbaar vervoer te verbeteren hoeft u van het paarse kabinet niet te verwachten. Maar volgens de Miljoenennota gaat het weer uitstekend met het land en vooral met de mensen. hen jaar paars heeft ons een waar wonder gebracht, De media volgen de paarse regeerders in deze hallelujatijding. De landing zal geen zachte worden, maar een keiharde. Een land dat nu al decennia lang de ogen sluit voor noodzakelijke structurele veranderingen, verdient niet beter.