Gepubliceerd in Carros, 2e jaargang nr. 4, september / oktober 1995

 
De cabriolet lijkt aan een onstuitbare opmars te zijn begonnen. Vrijwel alle grote merken hebben ze nu in hun stal of staan op het punt ze te fabriceren. Er wordt wel gesproken van een tweede jeugd voor de open auto. Ik denk dat het een verkeerde beeld spraak is. De open auto was tot voor kort voornamelijk een speeltje voor rijke mensen, die er iets anders bij wilden hebben. Bovendien was de open auto een product dat in Italië en Engeland floreerde. Italië is begrijpelijk, gezien het klimaat, voor de Engelsen moeten we wat dieper duiken. Hun klimaat, hoewel er hele mooie dagen zijn, nodigt er niet direct toe uit. Wél de Engelse passie voor het leven buiten de stad. Een ideaal dat niet alleen door de rijken wordt gekoesterd. maar ook door de middenklasse aan advocaten, dokters en managers.

Met enig recht mag Engeland de bakermat worden genoemd van de open auto. De onvolprezen Healey, maar natuurlijk ook de MG, om van Jaguar maar te zwijgen. Typisch Engelse producten met een dito slechts op Engeland gerichte marketing. Lange tijd kon het Verenigd Koninkrijk zich een dergelijke houding permitteren. Wie het Engelse product wil hebben doet zijn best maar, van aanpassingen is geen sprake. Het voorlaatste model van MG is daarvan weer zo’n proeve. Een prachtig vormgegeven auto, die een beroep doet op nostalgische gevoelens, slechts in Engelse versie leverbaar. Geen sprake van levering van exemplaren waarbij het stuur voor de meeste landen in de wereld op de goede plaats zit. De allernieuwste versie kent die mogelijkheid op termijn wel, maar dat is dan ook qua vormgeving eerder een Japanse dan een Engelse auto. Dom, dom, dom. MG had met zijn voorlaatste versie met gemak het continent kunnen veroveren en veel dokters, advocaten en managers kunnen overhalen om dit exemplaar als tweede auto aan te schaffen. Een markt die ze nu overlaten aan Mercedes en BMW. En ook Mercedes komt binnenkort met een open auto voor de middenklasse. Een segment dat kennelijk ontdekt is, gezien de vele merken die zich er nu en in de komende jaren op storten. Een beetje van de Hollandse koopmansgeest had er borg voor gestaan dat de MGB met zijn voorlaatste versie al een belangrijk deel van die markt in zijn zak had zitten. Maar ja, zo werkt het niet op dat eiland, daar koesteren ze zich liever in ‘splendid isolation’ en in de vergane glorie van wat eens The Empire was. Het heeft iets charmants natuurlijk, maar ook iets triests. Een land dat zulke kansen laat liggen, die het zo goed kan gebruiken in een samenleving die kampt met grote werkloosheid en almaar toenemende sociale ongelijkheid. Een land met een totaal verarmde midden- en arbeidersklasse, een land waarin alleen de rijke financier het nog echt naar zijn zin kan hebben.

Zelf ben ik ook een liefhebber van de open auto. Ik bezit een MGB uit 1976 voor bij de deur en een Jaguar xjs V12 Cabrio uit 1992 voor de langere afstanden. Mijn MGR is onlangs uitgerust met nieuwe schokdempers. Ik had er overigens niet zoveel fiducie in. Ik wist ten slotte niet eens hoeveel schokdempers een auto telde. Nu weet ik dat het er ten minste vier zijn. Maar wat een wereld van verschil zeg. Mijn MGR ligt sindsdien als een huis op de weg. Stuurmanskunst kan achterwege blijven, de auto zuigt zich als het ware vanzelf aan de weg vast. Een grote vooruitgang van het rijgenot door een relatief kleine ingreep. Ik kan het iedere bezitter aanbevelen.

De Jaguar is echter een genoegen van een heel ander soort en niveau. Een luxe slagschip met - kan het zijn - toch een tikkeltje ordinaire uitstraling. Iets voor de directeur, maar ook vuur de bordeelexploitant. Ik voel me er dan ook wonderwel in thuis. Prachtige afwerking, veel hout, luxe bekleding en dan natuurlijk die prachtige linnen kap. Die kap die zichzelf met één druk op de knop in nog geen minuut opvouwt of inklapt. Een opwindend genot!
De rijkwaliteiten van de auto kunnen slechts in superlatieven worden besproken. Het heeft iets Amerikaans bijna. Dat zal wel een belediging zijn voor het eiland, maar zo is het gewoon. Je rijdt niet in deze auto, maar glijdt over ‘s Heren wegen. Moeiteloos kun je er zeer hard in rijden — hoewel je dan wel heel vlug weer moet tanken met zo’n twaalfcilinder — maar je doet het niet. De auto dwingt je als vanzelf tot een rustig rijgedrag, tot glijden in plaats van racen. Luxe op en top, zowel in rijstijl als voor het oog. Een auto om mee te dwalen door mooie zonovergoten landschappen en daar te leven waar het leven nog goed is.

Ik behoor echter tot de categorie mensen die moet werken voor de kost en er eigenlijk niet aan moet denken dat dat niet zou moeten. Voor mij is de auto dus eerder een mogelijkheid dan de realisatie van een luxe bestaan. Maar zoals u weet is het wenkende perspectief heel wat vervullender dan het gerealiseerde perspectief. Of zoals mijn goede oude moeder het zo kernachtig kan opmerken: ‘het bezit van de zaak is het einde van het vermaak’!

Gepubliceerd in Carros, 2e jaargang nr. 4, september / oktober 1995