Gepubliceerd in Carros, 4e nr. 1, maart / april 1997

Paars heeft de opdracht voor haar volgende kabinet gevonden:
grote infrastructurele werken. Ambitieus wordt het programma ‘de agenda voor de volgende eeuw’ genoemd. Het gaat dan om de aanleg van de hogesnelheidslijn, de Betuwelijn, de uitbreiding van de nationale luchthaven Schiphol, de aanleg van een tweede Maasvlakte, de aanleg van een lightrailnet in de Randstad, grootschalig ondergronds bouwen en dergelijke. Opvallend is dat het allemaal nogal ouderwets aandoet. Het gaat om infrastructuur die qua opzet al ruim een eeuw oud is. De trein is verbeterd, zo ook auto’s, maar het is van hetzelfde laken een pak.

‘Nederland is vol’ mag niet worden gezegd, maar het is wel zo. Dit land is overvol en het kabinet-Kok accepteert dit gegeven tussen neus en lippen door, met de vrolijke stellingname dat we ons moeten voor bereiden op een inwonertal van zo’n 18 miljoen mensen. Een bevolkingsgroei van twee miljoen mensen die voornamelijk voor rekening komt van gezinshereniging en hoge kindertallen van hiernaartoe gekomen vreemdelingen, met name uit islamitische landen. Kok vermeldt er niet bij dat dit - bij ongewijzigd beleid - betekent dat het dode gewicht in de samenleving alleen maar toe zal nemen. Nu al staan er twee miljoen mensen langdurig buiten het arbeidsproces die daar in beginsel wel aan kunnen deelnemen. Zij zouden dat kunnen indien wij, in navolging van bijvoorbeeld de vs, de lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt drastisch zouden verlagen en hetzelfde zouden doen met de bijstandsuitkering voor al diegenen die in principe wel zouden kunnen werken voor de kost. Dan zou Nederland er een stuk aangenamer uitzien en geen achterstandswijken kennen waar jonge, vitale mensen de godganse dag zonder perspectief rondhangen.

Veel schot zit er overigens niet in. Ook de jongere generaties maken zich op voor een arbeidsloos bestaan. Het onderwijs op de zogenaamde ‘zwarte scholen’ is bar en boos. In groep acht hebben ze daar het niveau van groep vier op een witte school, Tel uit onze winst. Het is dus alleszins aannemelijk om te verwachten dat bij een bevolkingsuitbreiding met ruim twee miljoen mensen een aanzienlijk deel daarvan geen productieve bijdrage zal leveren aan de Nederlandse economie. Zoiets loopt op den duur natuurlijk spaak en wel om velerlei redenen.

Ten eerste is daar de afnemende bereidheid van de verdieners en de bedrijven om blijvend op te draaien voor de hoge kosten van de Nederlandse verzorgingsstaat.

Ten tweede brengen de informatietechnologie en de daaruit voortvloeiende global village met zich mee dat het steeds moeilijker zal worden om precies vast te stellen waar de winsten en kosten worden ge maakt. Dat werkt belasting- en lastendrukontwijking alleen maar in de hand. De bereidheid om voor de kosten op te draaien neemt af en de mogelijkheden om zich daaronder uit te wurmen, nemen navenant toe. Voor de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven is buitendien een kostbare verzorgingsstaat met vele inkomensoverdrachten niet bevorderlijk. ‘Op zijn Hollands’ zal dat leiden tot enige aanpassing en voor het overige tot veel inventief ontwijkinggedrag, hetgeen de belastingmoraal nog verder zal ondermijnen.

Maar ook hier zal op den duur de wal het schip keren, zij het met grote problemen. Die blijmoedig aangekondigde uitbreiding van de bevolking zal naast economische, ruimtelijke en ecologische spanningen ook de nodige culturele botsingen opleveren. De islamitische cultuur verschilt immers op een aantal zeer wezenlijke punten van de onze. Te denken valt in dit verband aan de scheiding van kerk en staat, de positie van vrouwen en homoseksuelen ten opzicht van heteroseksuele mannen of wat daarvoor door moet gaan en de verhouding tussen volwassenen en kinderen, Als ‘paars’ het dus heeft over de ‘agenda van de volgende eeuw’ dan staan deze problemen er prominent op. Paars onderkent dat echter mondjesmaat en stort zich liever op de fysieke infrastructuur. Dat is overzichtelijker en daar kun je goed mee scoren.

Nederland begint langzaam maar zeker de contouren van een land te verliezen. Een land kent immers naast steden en dorpen ook veel open ruimte. In Nederland woonden aan het eind van de vorige eeuw ruim vijf miljoen mensen, aan het begin van de volgende eeuw zijn dat er achttien miljoen, ondanks de drastische geboortebeperking van de oorspronkelijke bevolking. Open ruimte bezitten wij nu al nauwelijks meer en als al die plannen van Vinex-locaties tot en met nieuwe bedrijfsterreinen doorgaan, dan bestaan er straks gewoon geen open ruimten meer. Een enkel landschapspark en dat is dat. Ongetwijfeld heeft dat ook ingrijpende gevolgen voor onze psychologische gesteldheid. Nederland is op weg om één grote stad te worden met alle problemen die aan metropolen kleven. In het ruimtelijk beleid wordt deze notie ondertussen niet verwerkt. Nog steeds wordt er veel aandacht en geld verspild aan natuurbeleid. Een tunnel onder het Groene Hart van een miljard gulden. Waarom eigenlijk? Straks verrijst er bovenop die tunnel woningbouw of een bedrijvenpark of wordt er grootschalig gerecreëerd, activiteiten die uitstekend te combineren zijn met een spoor lijn, waar tien keer per dag een trein overheen dendert.

Meer in het algemeen heeft, op enkele gebieden na, een natuurbeleid in dit land geen zin. Laten we dat maar bekostigen in landen die nog wel over ruimte beschikken. Interessant is natuurlijk de vraag of we op weg naar de virtuele wereld van de informatietechnologie al die traditionele infrastructuur in deze megalomane mate nog wel nodig zullen hebben. Eén ding staat vast, ‘paars’ denkt daar in ieder geval niet over na. We zijn tenslotte weg- en waterbouwers en willen dat maar al te graag weten.