Nu.nl, 19-01-2000

Onlangs heb ik voor een groot landelijk weekblad een werkbezoek gebracht aan Havana, de hoofdstad van de 'operette' dictatuur van de seniele revolutionair Fidel Castro, met de bedoeling een tweegesprek aan te gaan over de toekomst van zijn land, de Amerikaanse handelsboycot, de rol van de EU, ons land en inzonderheid van de Rotterdamse haven. Ter voorbereiding had ik een stapel journalistieke producten doorgeworsteld, lopend van politiek-economische analyses tot en met nostalgische verhandelingen over de rustieke Cubaanse samenleving, waarin Amerikaanse auto's uit de jaren vijftig nog over 's-Heren wegen zoeven. Mij hadden deze verhandelingen al met het nodige wantrouwen vervuld, temeer daar ik redelijk goed bekend was met de situatie in Oost- en Midden-Europa voor de val van het ijzeren gordijn. De bezoeken aldaar hadden mij diep geschokt en ver doen afdrijven van mijn progressieve vrienden en universitaire collega's. Zozeer zelfs, dat ik mij zeer heb ingezet voor de plaatsing van kruisraketten ten tijde van de grote protesten in Nederland. In een grote noordelijke krant bood ik zelfs mijn keukenbalkonnetje aan voor de plaatsing van zo'n monster. U begrijpt, dat is mij duur komen te staan.

Naïef kon ik me dus niet noemen bij aanvang van mijn Cubaanse avontuur. En toch, ik bleek het bij nader inzien wel te zijn. De situatie daar is nauwelijks met een pen te beschrijven en dat op ieder denkbaar terrein. De armoede is er verschrikkelijk. Niet alleen in de buitenwijken van Havana, wij zouden zeggen sloppenwijken, maar ook in het centrum van de stad. De situatie is nog het meest te vergelijken met die na een langdurig bombardement. Alle soorten gebouwen -van publieke gebouwen tot woonhuizen, van voormalige winkelstraten tot wooncomplexen- staan op het punt van instorten of zijn ingestort door ruim veertig jaar niet of gebrekkig onderhoud.

Het publieke domein is na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het daarmee wegvallen van een grote subsidiestroom vervallen tot niets. Straatverlichting doet het gebrekkig, fonteinen spuiten niet en zijn in verval, de wegen vertonen overal gaten. En tenslotte: je kunt er niets kopen, ook de plaatselijke bevolking niet, zonder te betalen in de munt van de vijand, de dollar. Dit toont aan dat het regime volledig aan het einde van zijn krachten is en noch de bevolking noch de propaganda meer iets te bieden heeft. Zelfs de schone schijn valt niet meer op te houden.
Ik ben op bezoek geweest bij leraren, ambtenaren en leidinggevenden; ook zij wonen onder de meest minimale omstandigheden. Een heel gezin op zo'n veertig vierkante meter met elementaire sanitaire voorzieningen van de primitiefste soort. Ik weet niet hoe het de nomenclatura vergaat, die heb ik links laten liggen. Castro kreeg ik niet te spreken en aan contact met de rest van zijn kliek had ik naarmate de tijd vorderde geen enkele behoefte. De werkelijkheid om je heen sprak boekdelen, daar had ik hun visie niet meer bij nodig. Die visie kon je overigens iedere avond bewonderen op TV. Verslagen van grote vorderingen en geweldige stappen voorwaarts op ieder denkbaar terrein, ook dat van de economie. Niet eens meer weerzinwekkend, maar gewoon zielig. De eigen bevolking kan dag in dag uit noodgedwongen de volstrekte leugenachtigheid van deze propaganda vaststellen. Er is geen discussie over mogelijk, met de beste wil van de wereld valt geen sprankje werkelijkheid in de propaganda van het regime te ontdekken.

Het is met dit land en inzonderheid met deze stad en haven, waarmee Rotterdam bijzondere banden zou onderhouden. Het is van economisch belang deze banden te koesteren. Wanneer doen de terzake kundigen in Rotterdam hun mond eens open? Wanneer komt het Rotterdams Havenbedrijf eens met een eerlijke analyse van het belang van de Cubaanse haven voor de Maasstad? Dat belang ís er gewoon niet, omdat aan zo'n volledig kaalgeplukte kip niets te verdienen valt, ook niet in de naaste toekomst. Gedurende mijn verblijf lag er welgeteld een oude barrel van een vrachtschip in die haven. Onze PvdA-politici liepen voorop bij de boycot van het apartheidsregime van Zuid-Afrika, waar wel degelijk iets te verdienen viel, en zwijgen nu niet alleen als het graf maar maken ook nog eens snoepreisjes naar dit volstrekt verarmde land. Ze laten zich er uitgebreid fêteren door het regime. Ik heb gezien waar Peper heeft gelogeerd. Een soort compound van alle luxe voorzien, zulke hotels kennen we hier nauwelijks, goed afgeschermd maar te midden van de grootste armoede. Na gedane zaken ging men naar weer een andere compound buiten Havana, met nóg grotere luxe temidden van de weelderige natuur van Cuba en de schitterende stranden. Peper -de ideoloog van de PvdA- doet dit; wat heeft dit nog met integer Nederlands socialisme te maken? En waarom? Nogmaals, er werd geen enkel zakelijk belang mee gediend. Bekijkt men de zaak politiek en moreel, dan wordt het nog erger. Niet eens dat gebruik van onze belastingcenten voor dit soort non-doelen, arm zijn we tenslotte niet; maar de idee dat je dit doet terwijl het volk bezwijkt, niet alleen in materieel en economisch opzicht, maar ook mentaal, qua vitaliteit en qua gevoel van eigen waarde. Daarin onderscheidde de situatie in Zuid-Afrika zich positief van Cuba; er was verzet en dat schept perspectief. De bevolking van Cuba is gewoon murw gebeukt door de jarenlange massieve onderdrukking en hersenspoeling. Koning Peper en echtgenote waren daar op bezoek, namens ons en in ons belang. We moeten ons daarvoor diep schamen. De Rotterdamse PvdA en het Havenbedrijf doen er verstandig aan publiekelijk schoon schip te maken. Fouten toegeven en excuses maken, om met een schone lei verder te kunnen gaan. De bevolking helpen is nu onze morele plicht. Kunnen we wat betekenen voor hun haven op uitvoerend niveau, akkoord. Maar geen contacten op hoog niveau met een door en door verrot en onderdrukkend regime. De PvdA zal dit alles echter wel niet nodig vinden, waarom zou men tenslotte slapende honden wekken?

Bron: Nu.nl