Nu.nl, 2 januari 2000


Onlangs kwam er weer een topmanager bij mij langs om in de biechtstoel zijn hart te luchten en zijn geweten te ontlasten. In de loop der jaren is het een nationale biechtstoel geworden van op een zijspoor gezette topmanagers. Mensen die je niet weten te vinden in tijden van voorspoed, maar in tijden van tegenspoed des te beter. Daarover beklaag ik mij overigens niet, want dat zij op hun moeilijke ogenblikken mij zien als een waardevolle gesprekspartner is een opsteker van de eerste orde. Onderwerp van gesprek is natuurlijk het overhaaste vertrek bij het bedrijf dat men dikwijls vele jaren heeft gediend. Een beslissing, zoals dat in die kringen heet, die is genomen in wederzijds overleg tussen commissarissen en directie. De werkelijkheid is dat de betrokkene geen andere keuze restte dan op te stappen, omdat commissarissen het vertrouwen in hem dreigden op te zeggen. Op die momenten hebben commissarissen in Nederland onwaarschijnlijk veel macht: er komt geen aandeelhouder, kapitaalverschaffer of werknemersvertegenwoordiging aan te pas. Dit gebeurt in alle beslotenheid en ook de gegeven redenen zijn meer dan curieus. 'Verschil van inzicht' is wel de meest vergaande. Waar dat verschil van inzicht dan wel over mag gaan, dat mag men raden. Niemand zegt er iets over, ook niet de aan de kant geschoven topmanager. De laatste heeft bij zijn afscheid een gouden handdruk gekregen en een wurgcontract dat hem absolute zwijgplicht oplegt op straffe van het verlies van de handdruk en een eventuele schadeclaim. De manager houdt dus stevig zijn kiezen op elkaar. Niet dat we daar veel respect voor moeten hebben. Wie laat zich nu de mond snoeren voor een aantal miljoen gulden? Het is als je ziel aan de duivel verkopen, maar helaas is er op deze regel tot nu toe geen enkele uitzondering te bekennen. Allemaal gaan ze voor die paar rotcenten, hoe fundamenteel dat verschil van inzicht ook was. Ik heb meegemaakt dat niet minder dan het voortbestaan van de onderneming in het geding was. Een prachtig bedrijf bijvoorbeeld dat zogenaamd vanwege de schaalgrootte zou moeten fuseren. Lariekoek, indien wordt bedacht dat het een der grootste en beste ter wereld is. De opkoper is in werkelijkheid een speculant met een dikke buidel geld, die straks door het opsplitsen van het bedrijf nog heel veel meer geld hoopt te verdienen. Werknemers hebben bij deze gang van zaken in ieder geval geen enkel belang en of de aandeelhouder er goed uitspringt valt nog helemaal te bezien. En toch zetten commissarissen door, hoewel ze nog niet zo lang geleden op het verse graf van de stichter van het bedrijf hebben gezworen het bedrijf nimmer te vervreemden. En dit is maar een voorbeeld dat ik moeiteloos met tientallen voorbeelden kan uitbreiden. Nu is het altijd moeilijk uit te maken wie gelijk heeft: de commissarissen of de aan de kant geschoven topmanager. Zonder belang is dat intussen niet; niet zelden is het zelfs van levensbelang voor de onderneming. We zullen hier naar mijn oordeel iets aan moeten doen, in het belang van de werknemers, de aandeelhouders, de kapitaalverschaffers en last but not least in het belang van de Nederlandse economie en samenleving. Die samenleving heeft tenslotte ook geïnvesteerd in het bedrijf en heeft recht op openheid in dit soort conflicten, temeer daar we in ons soort samenlevingen in toenemende mate belang hechten aan de vrije markt. Het toenemend gewicht van marktpartijen en het effect dat hun handelen heeft op de samenleving als geheel noopt als vanzelf tot grotere openheid en tot het afleggen van verantwoording. Mijn voorstel is tweeërlei.
Ten eerste een klein wetje dat het vastleggen van zwijgplicht inzake de reden van vertrek verbiedt. Dat laat onverlet dat de vertrokken topmanager gehouden is om bedrijfsgeheimen voor zich te houden.
Ten tweede zou ik het recht willen toekennen aan werknemers van het betrokken bedrijf, de aandeelhouders en de kapitaalverschaffers, om betrokken verantwoordelijken onder ede te horen over het conflict en de reden van vertrek. Dat zou bijvoorbeeld ondergebracht kunnen worden bij de ondernemingskamer die toeziet op een correcte gang van zaken inclusief eedsaflegging en verslaglegging van het besprokene. Blijkt er achteraf gezien gelogen te zijn, dan kan de leugenaar vervolgd worden wegens meineed.
Een zeer preventieve maatregel! De macht van commissarissen in ondernemingen behoeft hoognodig controle. Ook zij hebben zich te verantwoorden en dienen dat tenminste te doen tegenover de directe belanghebbenden: kapitaal en arbeid. Het huidige regime biedt hen te gemakkelijk de mogelijkheid om kapitaal en arbeid zonodig met een kluitje in het riet te sturen, en dat is een geïndividualiseerde maatschappij met veelal hoogopgeleide mensen als de onze, beslist onwaardig!
Pim Fortuyn
Rotterdam 2 januari 2000