27 november 2001, Business Class

Over de aanstaande vergrijzing van onze samenleving zijn inmiddels boekenkasten volgeschreven. De vergrijzing wordt veroorzaakt door mijn generatie, de babyboomers (geboren tussen 1946 en 1958) en het feit dat men er daarna voor koos te volstaan met steeds kleinere gezinnen. Met name de uitvinding en de introductie van de pil hebben aan het terugdringen van het aantal kinderen per gezin veel bijgedragen.

Punt is dat de babyboomers met velen op een gegeven moment bejaard en zelfs hoog bejaard gaan worden en dat daar dan relatief weinig jonge werkende mensen tegenover staan om die verzorging te betalen en uiteraard om professioneel in die verzorging te werken.

U begrijpt dat dit een kolfje naar de hand van menig wetenschapper en doemdenker is.

Een waar pandemonium werd ons geschetst op een congres in de Ridderzaal (de zaal waar de Koningin altijd de Troonrede voorleest) te Den Haag. In de eerste plaats ging het natuurlijk heel Hollands veel over de centjes. Ze maken zich daar in dit puisant rijke land erg veel zorgen over. Nu wil het feit dat een flink deel van de generatie der babyboomers uitstekend in de slappe was zit en beschikt over veelal riante huisvesting in eigendom die ook al weer veel waard is.

Kortom, de generatie der babyboomers is heel wel in staat om flink financieel bij te dragen aan dezelve verzorging. Dat geldt natuurlijk niet voor elke babyboomer, maar zeker wel voor het merendeel. De centjes zijn naar mijn oordeel niet het minste probleem en daarvoor hoeft mijn generatie helemaal niet te collecteren bij de jongere generaties.

Aan de AOW valt door de vermogenden uit mijn generatie substantieel bij te dragen, dus ook daarvoor zullen we niet hoeven te bedelen bij de generaties na ons. Het zou natuurlijk ook van de gekke zijn om de volledige rekening voor onze AOW en verzorging te presenteren aan de werkende generaties, terwijl we zelf bulken van het geld. Uiteraard zul je dan iets aan het huidige bekostigingssysteem moeten veranderen, waardoor er een element van draagkracht wordt ingebouwd in het regelen van de verzorging, maar komt tijd komt raad.

Vanzelfsprekend zal dat gepaard gaan aan de nodige politieke strijd en wellicht zullen de verwijten langs de scheidslijn der generaties lopen, maar om nu een pandemonium te verwachten, tja!

Op dat congres werd door een aantal hoogleraren het woord gevoerd. De socioloog Cees Schuyt vervulde de rol van doemdenker met verve. Hij is dan ook een van de auteurs van het doemscenario van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). In vroeger jaren een spraakmakende nationale denktank, thans een wat ingedut gezelschap. Cees Schuyt woont daar zo ongeveer en dat nu al sedert jaren, terwijl het de bedoeling is de denktank zeer regelmatig op te frissen met nieuw interessant wetenschappelijk talent.

Het is echter een typisch polderorgaan geworden, waar de partijpolitieke achtergrond van de raadsleden nauwlettend in de gaten wordt gehouden en dat in een instelling die in oorsprong bedoeld was om juist de vernieuwing een kans te geven en de polder een beetje open te trekken. Enfin, Cees voorziet vervreemding, jongeren die zich niet meer om ouderen bekommeren, ouderen die niet op de kinderen willen passen van de jongere generaties, jongeren die in onvoldoende mate in de professionele zorg willen werken voor ouderen, een onveiliger samenleving, etc. Vroeger was Cees een leuke man en een origineel criminoloog en later een socioloog van faam. Nu in zijn nadagen heeft hij meer weg van een azijnzeiker dan van een wetenschapper die nieuwe wegen ontdekt en ons voorhoudt om bijvoorbeeld de vergrijzing te tackelen.

Het ergste kwam echter na hem, ene mevrouw professor Gunning, voorzitter van de Raad van Bestuur (de term alleen al!) van het Academisch Ziekenhuis Amsterdam. Een kille pedante mevrouw, die een speciale belangstelling aan de dag legde voor ons levenseinde en met name voor wat dat allemaal wel niet kost.

Welnu, ze had het allemaal precies uitgerekend en gelukkig voor ons, het viel mee! Ik moet er niet aan denken wat er op haar instigatie met ons zou zijn gebeurd als het tegen zou vallen. Pil op het nachtkastje en slikken maar op bevel van deze schoolfrik?

Ondertussen vind ik het heel erg dat dit soort mensen steeds meer te zeggen krijgen in de gezondheidszorg. Het zijn veelal liefdeloze managers, die zich daar ook naar gedragen. Dokters, verpleegsters, patiënten en de kosten van dit alles, het zijn voor hen slechts getallen die gemanipuleerd dienen te worden en gemoduleerd naar hun immer voortreffelijke inzichten. De bureaucratisering en de vermanaging van de zorg zou wel eens de echte ramp kunnen worden, de vergrijzing helemaal niet.

Gelukkig was er ook nog professor Galjaard, als altijd humoristisch, positief en vol mededogen. Hij schetste ons het ziektebeeld van de steeds ouder wordende mens. Dat is niet altijd opwekkend, een langer leven is helaas maar al te vaak een leven waarvan de kwaliteit holder de bolder achteruit rent. Dokter Galjaard kan daar iets aan doen, maar lang niet zoveel als hij zou willen. Toch houdt hij de moed erin en laat ons zien dat de medische wetenschap vooruitgang boekt, ook op het terrein der ouderdomsziekten. Het allerbelangrijkste dat hij evenwel had op te merken was dat het in de zorg gaat om liefdevolle aandacht. En zo is het maar net. Dat is niet te koop, het is een geschenk dat je krijgt als patiënt of niet natuurlijk. Nu maar hopen dat er genoeg mensen na ons zijn, die de babyboomers dat willen geven.

Pim Fortuyn
Rotterdam, 27 november 2001