In de brede coalitie tegen het terrorisme is de prime minister van het UK, Tony Blair (Labour), de tweede man na president Bush van de VS.

Hij ontpopt zich als de reizende ambassadeur van de VS om de brede coalitie te verstevigen en in stand te houden. Zoals ik in mijn vorige columns betoogde zie ik niet zoveel in die brede coalitie. Er zitten een paar uiterst twijfelachtige bondgenoten tussen, waarvan dat enge land Pakistan en de Noordelijke coalitie in Afghanistan, de belangrijksten zijn.

Met democratie en vrijheid van meningsuiting hebben deze lieden niets van doen, met onderdrukking en terreur des te meer. Ik zie wel in dat het belangrijk is om zo veel mogelijk landen mee te krijgen in de strijd tegen het terrorisme, maar dat kan bepaald op een wat intelligentere manier.

Het zou goed geweest zijn dergelijke krachten te verleiden tot een neutrale positie, een positie van afzijdigheid zou in deze strijd meer dan genoeg geweest zijn. De prijs die het vrije westen daarvoor dient te betalen zou heel wat bescheidener zijn geweest dan waar we nu mee over de brug moeten komen. Buitendien zou dat met name voor Pakistan betekenen dat het militaire regiem aldaar, voor ons het minst kwade, minder onder druk zou komen te staan in eigen land.

Het heeft zo niet mogen zijn en dus worden er nu bondgenoten in de armen gesloten, waarvan wij met zekerheid kunnen stellen dat zij bondgenoten zullen zijn zo lang het hen uitkomt, waarna zij zich zo nodig door ons versterkt - financieel en militair - tegen ons zullen keren. Dat kunstje is al eerder vertoont door de islamitische strijdgroepen in de Balkan, door de Taliban en door Osama bin Laden c.s. en niet te vergeten door Arafat c.s.

Blair ontpopt zich op basis van zijn verfoeide ethische buitenlandse politiek als een van de architecten van deze politiek. De ethische buitenlandse politiek, ontwikkelt door de toenmalige president van de VS Bill Clinton en Tony Blair, stelt het respect voor mensenrechten boven de nationale soevereiniteit. Op basis daarvan worden ingrepen in de binnenlandse politiek van een land gerechtvaardigd. Ten onzent vormde dit de rechtvaardiging om de democratisch gevormde regering van Oostenrijk, waaraan de FPO van Haider deelneemt, gedurende een half jaar op te zadelen met een boycot. Om dat te bereiken werd achteloos het verdrag van Amsterdam van de EU terzijde geschoven. In de Balkan werd op basis daarvan Servië uit Kosovo gebombardeerd.

Natuurlijk zou ook ik graag willen dat de mensenrechten overal ter wereld voluit zouden worden gerespecteerd en nageleefd. Probleem is echter dat er vele plaatsen op de wereld zijn waar de heersende elite daaraan geen boodschap heeft. Ingrijpen in hun nationale soevereiniteit betekent dat het vrije westen daarna ook verantwoordelijk is voor de afwikkeling van de ingreep. Dat nu is veel te hoog gegrepen en duidelijk een brug te ver.

Straks zijn wij verantwoordelijk voor het wespennest Afghanistan, zoals we al verantwoordelijk zijn voor de wespennesten in de Balkan en het Midden Oosten. Die verantwoordelijkheid wordt overigens nergens met gejuich begroet, integendeel. De terroristische aanslagen zijn een logisch uitvloeisel van het opleggen en aanvaarden van deze verantwoordelijkheid.

Er zijn in die contreien immers steeds weer lieden te vinden die van het opleggen en aanvaarden van deze westerse verantwoordelijkheid helemaal niet zijn gediend. Zij zien dit als een vorm van modern kolonialisme en helaas valt daar weinig tegen in te brengen. We zullen moeten inzien dat de kernnormen en -waarden van de moderniteit een verworvenheid zijn die niet valt op te leggen aan welk volk dan ook.

Het is een verworvenheid die men zichzelf met de nodige strijd eigen zal moeten maken, precies zoals wij dat in de loop der eeuwen hebben gedaan. Het is een proces van secularisatie, een beschavingsproces in onze ogen, dat een volk eigenstandig, met vallen en opstaan en door schade en schande, zal hebben te doorlopen. Het vrije westen kan niet veel meer doen dan dit proces zo goed mogelijk te faciliteren, waarbij zo veel mogelijk een imperialistische, laat staan een militaire, positie uit de weg wordt gegaan.

Dat faciliteren kan economisch en cultureel gebeuren en voor het overige dient men zijn eigen ontwikkeling te volgen en zijn eigen strijd te voeren. Militair kan het vrije westen ervoor zorgen dat gevaarlijk wapentuig buiten handen blijft van de elkaar bestrijdende groepen. Dat betekent een volledig aan banden leggen van de wapenhandel. Het is precies daarover waar je de door ethiek bevangen politici nooit over hoort. Er is in deze kringen sprake van een feitelijk cynisme dat zijn weerga niet kent. Enerzijds wordt er met de inzet van wapens en eigen jongens en meisjes ingegrepen, anderzijds wordt aan de eigen wapenhandelaars geen strobreed in de weg gelegd om over de Russische en Chinese wapenhandel maar te zwijgen.

Een werkelijke bijdrage aan de vrede in de wereld zou ondertussen op die manier wel worden gerealiseerd, maar daarover wordt nooit eens een G-8 met Rusland en China georganiseerd. Nee onze Tony mijmert liever over een nieuwe door ons op te leggen en te handhaven wereldorde. Een zeer gevaarlijk project dat de haat tegen en de jaloezie op het vrije westen alleen maar zal voeden, met alle reeds gedemonstreerde gevolgen van dien. Beter zou het zijn ons militair terug te trekken uit die delen van de wereld die van onze militaire aanwezigheid, met name die van de VS, niet zijn gediend.

Wij beperken ons dan tot faciliterend beleid en tot een streng toezicht op de wapenhandel. Daarmee hebben we vooralsnog onze handen meer dan vol. Niet sexy een dergelijk beleid, maar wel een stuk effectiever dan die vermaledijde ethische buitenlandse politiek waar het vrije westen nu al bijna een decennium van in de ban is.
 
Pim Fortuyn, 15 oktober 2001