2 oktober 2001, Business Class

Minister president is ten langen leste op bezoek gegaan bij enkele moslimorganisaties in Nederland, waaronder een moskee, om hen gerust te stellen en te bemoedigen. Daar was ook wel reden toe gezien het feit dat er lieden in de Nederlandse samenleving zijn die menen de bezittingen van hen te moeten bekladden met rare leuzen of in de brand te steken.

Lulliger en bovenal laffer kan het niet, anoniem zoiets doen enkel en alleen om zijn ongenoegen over de rol van de islam in de wereld tot uitdrukking te brengen.

Onze cultuur, de moderniteit, staat zich erop voor dat verschil van mening en inzicht onder woorden wordt gebracht en vrijelijk kan worden geuit, waarna al dan niet een debat volgt tussen hen die er verschillende opvattingen op na houden. Een grote verworvenheid die het alleszins waard is te verdedigen. Zij die menen te moeten grijpen naar het wapen van het anonieme geweld, dienen te beseffen dat zij daarmee een aanval doen op de cultuur die zij menen te moeten verdedigen.

Premier Kok (PvdA) riep ook op tot het aangaan van de dialoog met de moslims in Nederland, mede naar aanleiding van de verontrustende uitslag van een aantal enquetes. Daaruit bleek dat 46% van de moslims in ons land begrip kon opbrengen voor de aanslagen van moslim fundamentalisten in de VS en dat 11% van de moslims, waaronder 25% van de Marokkaanse moslims, een jihad - een heilige oorlog, brrr - tegen de VS en zijn bondgenoten zou ondersteunen, indien de VS en hun bondgenoten tot tegenactie zouden overgaan.

Dit zijn cijfers die er niet om liegen en zij maken duidelijk dat veel moslims hun solidariteit in de eerste plaats beleven t.a.v. de broeders en zusters in het land en de regio van herkomst en niet in het land waar zij nu wonen, leven en werken: Nederland. Dat maakt duidelijk dat er nog een wereld te winnen valt op het gebied van de integratie, dit is gewoon geen integratie maar segregatie (apartheid).

Apartheid die in stand wordt gehouden door onverschilligheid van de autochtone Nederlanders en door hun sociale en economische achterstelling, alsmede door hen zelf door zich niet te willen vereenzelvigen met hun nieuwe vaderland.

Zo schiet het dus echt niet op, waarbij met name de stellingname van Marokkaanse moslims er in voor ons, de moderniteit, negatieve zin uitspringt.

Het is de hoogste tijd dat oorspronkelijke Nederlanders het debat aangaan met de moslims in ons land over de kernnormen en -waarden van de samenlevingen van het westerse cultuurgebied, de moderniteit. De premier zou zijn eigen oproep maar eens serieus moeten nemen, maar doet dat helaas niet. Integendeel, bij zijn bezoeken aan de moslimorganisaties is hij het debat helemaal niet aangegaan. Wat sussende woorden, die erop neer kwamen dat moslims alle rechten hebben en beschouwd worden als gerespecteerde burgers en kunnen rekenen op hun veiligheid en de bescherming van hun bezit.

Zo schiet het natuurlijk niet op. De premier had de knuppel in het hoenderhok moeten gooien door met hen de verontrustende uitkomst van de enquetes te bespreken en hen te vragen hoe zij hier tegenaan kijken, wat hun mening is over deze uitkomsten en hoe deze dienen te worden geïnterpreteerd en wat hun houding daar tegenover is. Moeten wij straks bij acties van de VS en hun bondgenoten bijvoorbeeld rekening houden met een jihad die ook op ons grondgebied wordt uitgevochten, of kunnen we ervan op aan dat we hiervan gevrijwaard blijven, omdat moslims dit land ook als het hunne beschouwen niet van zins zijn zich tegen het eigen volk, dus inclusief de oorspronkelijke Nederlanders te richten?

Die discussie moeten we nu voeren en niet pas als er acties op ons grondgebied plaatsvinden, dan is het rijkelijk laat en ontspoort zo’n discussie door alle, dan begrijpelijke, emoties maar al te gemakkelijk. In plaats daarvan houdt het kabinet mensen zoals ik in de gaten die oproepen tot een dergelijk debat, omdat ik de vrede in de Nederlandse samenleving zou bedreigen. Vrede, die kennelijk moet worden gehandhaafd door onze diepgaande verschillen van mening onder het tapijt te schuiven. Dat nu is een bedreiging van de vrede in de Nederlandse samenleving en we hebben dat al te lang, veel te lang gedaan.

Judas Marnix van Rij

Ik had gehoopt dat het CDA straks bij de verkiezingen weer eens een mooie uitslag zou binnen halen. Het is een partij met goede ideeën over de noodzakelijke sanering en herstructurering van de collectieve sector en een partij die ideeën heeft over de menselijke maat en het samenleven.

Allemaal gebieden waarop veel in Nederland te doen en te verbeteren valt. Maar kennelijk was de mannetjesmakerij belangrijker. 7 maanden voor de verkiezingen drijft de partijvoorzitter, Brutus Van Rij, een dolk tussen de schouderbladen van politiekleider en fractievoorzitter van het CDA, Jaap de Hoop Scheffer. Nu is politiek een hard bedrijf en daar is weinig op tegen. Had Van Rij de Hoop Scheffer willen uitdagen tot een strijd om het lijsttrekkerschap, dan had hij dat het afgelopen voorjaar moeten doen en wel met open vizier in de volle openbaarheid.

Hij koos de guerrilla en dat is niet alleen laf, maar politiek gezien zo ongeveer zelfmoord. De partij van de normen en waarden heeft nu voor de derde achtereenvolgende keer, na Brinkman en Heerma, laten zien dat die normen en waarden kennelijk niet voor haar zelf gelden. Een slecht begin van de verkiezingen. Ik wens de nieuwe politiekleider en lijsttrekker van het CDA, Van Balkenende, desalniettemin veel succes bij zijn hell of a job!


Pim Fortuyn
Rotterdam, 2 oktober 2001