7 september 2001, Business Class

 
Een rare vertoning vorige week. Een vernietigend rapport over de aanwending van EU subsidies door Nederland voor de werkgelegenheid. Het toont de gekte aan in Brussel waaraan hoognodig een einde moet worden gemaakt.

Een puissant rijk land als het onze krijgt subsidie, ja u leest het goed subsidie, van Brussel om iets te doen aan de werkgelegenheid. Ten eerste waar bemoeien zij zich mee in Brussel, we kunnen onze eigen broek wel ophouden en ten tweede wat een geldverspilling. Een complete bureaucratie die geld aan het rondpompen is, want die subsidie is natuurlijk wel een sigaar uit eigen doos. Sterker nog, Nederland is een netto betaler aan de EU, betaalt meer dan het ontvangt, van de eerste orde.

Dat hebben we te danken aan de voorganger van premier Kok (PvdA), minister president Lubbers (CDA), die met een hoge contributie het voorzitterschap van de EU dacht te kopen. Niet dus en rechtgezet is het nog steeds niet. Kok leende niet het handtasje van Margareth Thatcher, the Iron Lady, om daarmee bij de collega regeringsleiders op tafel te meppen onder de kreet: ‘I want my money back!’

Voor het probleem dat Nederland gezien de omvang van zijn bevolking teveel betaalt, is een typische EU oplossing uit de bus gerold, de oorzaak van alle problemen rond de EU werkgelegenheidssubsidies. Nederland mocht ondanks zijn rijkdom delen in de pot voor arme EU landen om de werkgelegenheid te stimuleren. De EU bureaucraten hebben nu bedacht dat dit niet volgens de regeltjes is gebeurd en eisen een groot deel van het geld, vermeerderd met een boete, terug. Vervolgens is er geen politicus in Nederland die zegt: ‘terug in jullie hok of we stellen de zaak opnieuw aan de orde in de Raad van regeringsleiders’. Het gaat hier immers om een compensatie voor te veel afgedragen contributie. Beter is het natuurlijk om de zaak nu maar definitief, goed en ten principale te regelen, d.w.z. een contributie die in overeenstemming is met de omvang van onze bevolking en derzelve rijkdom.

Wat daarvan zij, de reactie van de politiek op het rapport Koning, oud president van de Rekenkamer, was het poldermodel op zijn smalst. De enige die verantwoordelijkheid namen, en dat nog royaal ook, waren de vakbonden FNV en CNV. De werkgeversbonden vonden het sop de kool niet waard en in de politiek hadden we het weer met zijn allen gedaan. Ad Melkert voelde zich gesteund door de feiten: hij had geen fraude gepleegd. Het zou er nog bij moeten komen, dat dit wel zo was!

De feiten zijn er intussen niet minder om. De onder de politieke verantwoordelijkheid van toen nog minister Melkert (PvdA), minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet Kok I (PvdA, VVD en D66 1994 -1998) opererende Arbeidsvoorziening, heeft er op administratief gebied een zooitje van gemaakt. In veel gevallen valt niet eens meer vast te stellen of de EU subsidiegelden volgens de voorschriften zijn aangewend, omdat er geen deugdelijke administratie van is. Je gelooft je ogen niet. In het land waar nog geen mus van het dak kan vallen zonder vergunning, administreert Arbeidsvoorziening als het zo uitkomt maar helemaal niet. Melkert wist dat als minister en maande deze vreselijke organisatie, die beter gisteren dan vandaag kan worden opgeheven (pleitte ik al voor in 1986! toen ik nog werkzaam was voor de WRR, het wetenschappelijk adviesorgaan van de Nederlandse regering), een en ander maal schriftelijk zijn zaakjes op orde te brengen. Hij verzuimde echter te controleren of ze dat wel deden, sic!

Dat is gezien vanuit de politieke ministeriële verantwoordelijkheid onvergefelijk en beslist geen reden nu achterover te leunen en de verantwoordelijkheid over dit misgaan uit te smeren over velen, dus over niemand. Dat is eigenlijk het meest ergerlijke van dat hele poldermodel. We hebben het, als er iets mis gaat, altijd met zijn allen gedaan. Als het goed gaat, bijvoorbeeld met de economie waar ze helemaal niet over gaan, dan staan onze polderaars in het voorste gelid om de credits daarvan op te eisen, zo ook onze goede Melkert (PvdA). Zijn partij in het algemeen en Kok en hij in het bijzonder, hebben gezorgd voor een prachtige werkgelegenheidsontwikkeling. Al die zwoegende MKB-ondernemers natuurlijk niet, dat begrijpt u! Melkert is een vent zonder ballen, die de verantwoordelijkheid niet neemt maar mijdt als het hem dat zo uitkomt. Het is heel wel mogelijk om deze verantwoordelijkheid zonder omwegen op je te nemen en toch lijsttrekker te zijn bij de Tweede Kamer verkiezingen van 2002. Het is dan aan de kiezer om te bepalen in hoeverre hij vergeeft en Melkert een royale nieuwe kans gunt.

En zo hoort het ook .

Pim Fortuyn,
Rotterdam, 07 september 2001