18 augustus 2001, Elsevier

Terwijl u in verre oorden verblijft op een welverdiende vakantie, pas ik op het land. De klaagmuur is hier volop in gebruik. Geen krant kun je openslaan, geen televisiejournaal bekijken, of je wordt geconfronteerd met een of andere vorm van ellende in de collectieve sector.

Zorg en veiligheid (politie en justitie) scoren onveranderderlijk hoog. Het onderwijs roert zich niet, maar die sector is dan ook door minister Loek Hermans (VVD) onlangs vorstelijk afgekocht. Ze kregen tot hun verbazing en verrassing van de minister meer dan ze vroegen bij hun cao-onderhandelingen, dus daar zijn we even vanaf.

De politie zet haar klaagzang tijdens het zomerreces onverminderd voort. Het is komkommertijd en daarvan maken onze koene speurders gebruik. Ze hebben nog steeds te weinig personeel, ze verdienen te weinig, moeten te hard werken en leveren daardoor een waardeloos politieproduct. Een klaagzang die nu al zo’n twintig jaar duurt en - vele honderden miljoenen guldens extra verder - nimmer van inhoud verandert.

Over dat waardeloze politieproduct kunnen we het snel eens zijn. Oplossingspercentages van misdrijven - vooral die van allerhande vormen van diefstal - stijgen niet, maar dalen; er verschijnt eerder minder blauw op straat dan meer en de politie ziet de burger over het algemeen nog steeds niet staan. De gemiddelde politiefunctionaris verdient een uitstekend, marktconform salaris. Hij hoeft daarvoor helemaal niet hard te werken: 36 uur per week bruto werktijd. Maar er wordt op die bureaus vooral rondgehangen, koffie gedronken en vergaderd. Je kunt zo’n dienstje op je wenkbrauwen uitdienen. Je hebt een heilig dienstrooster van negen tot vijf, de rest zijn incourante, dikbetaalde uren volgens het beginsel ‘boeven op straat, politie naar bed’. Intussen is er vooral in de Randstedelijke korpsen een waanzinnig hoog ziekteverzuim en weten ze bij de politie ook goed de weg naar de WAO te vinden. De stakkers worden geteisterd door burn out en bij de minste of geringste verkoudheid blijven ze natuurlijk bij moeders thuis onder de wol, niet een dagje, maar gewoon een hele week.

Het klaagpatroon is van een slaapverwekkende eenvormigheid. De klagende agent wordt steevast aangevuld met een van schande sprekende vakbondsbestuurder. Dat laatste is opmerkelijk, want bij de politie is niet de politieleiding de baas, maar juist de oppermachtige vakbond. Je zou dus denken, dat als er moet worden geklaagd dit dient te gebeuren bij de bonden. In Rotterdam werd enige jaren geleden zelfs een bekwame politiechef, oud-generaal J.W. Brinkman, door de vakbonden ontslagen. Formeel deed burgemeester Bram Peper (PvdA) dat, maar hij deed niet meer dan het getreiter van de vakbonden belonen. Brinkman is gewoon weggepest.

Dit wordt een saaie column, ik kan het ook niet helpen, want de Zorg volgt precies hetzelfde klaagstramien. Ook daar zijn de feiten niet rooskleurig voor de klagers. Acht jaar Paars heeft niets veranderd aan de hopeloos bureaucratische structuur van de Zorg, waardoor er veel meer handen op het bureau liggen dan er aan het bed zijn. Integendeel onder Paars is dat alleen maar erger geworden en minister van Gezondheidszorg Els Borst (D66) moet nog op de eerste zinnige gedachte worden betrapt. Aan de noodzakelijke herstructurering van de Zorg heeft ze acht jaar lang niets gedaan. Het beetje ondernemerschap dat er onder de dokters en paramedici was, heeft zij om zeep geholpen. Medisch specialisten zijn kantoorklerken in loondienst geworden of franchise-winkeliers, die voor een grotere inspanning niet worden beloond maar bestraft. Het Oost-Europese planningsbudget van Borst is heilig en onaantastbaar. Paramedici, zoals fysiotherapeuten, mogen geen collega’s in loondienst hebben, want dat leidt maar tot uitbuiting.

Ter elfder ure komt Borst nu aankakken met een ziekenfonds voor iedereen. Niemand zit daarop te wachten en verzekering is nu net niet het grootste probleem in de Zorg. Haar fractieleider, Thom de Graaf, bestaat het om haar te prijzen voor haar fantastische beleid en inzet en vooral voor dat rare afscheidscadeautje, het collectieve ziekenfonds. Intussen is elke fantasie bij de uitvoerenden verdwenen. Een complete staf van dokters en arts-assistenten gaat rustig met de armen over elkaar zitten als er geen operatiekamerpersoneel beschikbaar is of als het ziekenhuismanagement geen personeel heeft geregeld om de lege bedden te vullen met patiënten, die onverantwoord lang moeten wachten op een medische ingreep.

Waar blijft de ongehoorzaamheid van die artsen? Zet toch je arts-assistenten in als operatiekamerpersoneel. Als ze in een lijf mogen snijden, valt ze ook te leren de apparatuur te bedienen, instrumenten aan te reiken en de vloeren te schrobben. De geopereerde patiënt wordt vervolgens het ziekenhuis binnengereden en de zorgmanager redt zich er maar mee, personeel of niet - dat zal ze leren. Dan komen ze vanzelf op het idee om die onproductieve krachten van achter dat bureau weg te rukken. Ook de manager zelf laat dan zijn handjes wapperen. Met een beetje creativiteit zijn die wachtlijsten zo verdampt.

Moet kunnen, als je jaarlijks 85 miljard gulden hebt te verspijkeren, tegen 55 miljard in 1994!

Pim Fortuyn,
Rotterdam, 18 augustus 2001