RIJSWIJK - Weinig mensen riepen zoveel bijval en aversie op als Pim Fortuyn, de man die de Nederlandse politiek totaal op zijn kop zette. Maandagavond werd hij in Hilversum in het Mediapark vermoord. Zijn opvattingen waren zeer omstreden. Hij slechtte tal van taboes over vooral de multiculturele samenleving en veiligheid op straat. Velen vonden zijn opvattingen overdreven en buiten alle proporties. Tragisch genoeg bevestigt de aanslag op zijn leven zijn ideeën over de onveiligheid op straat.

Sinds hij het politieke toneel betrad, werd het al snel moeilijk voor hem om zich in het openbaar te begeven. Zeker nadat hij in februari zijn eigen Lijst Pim Fortuyn had opgericht, en voor zichzelf begon.

Bij de presentatie van zijn boek De Puinhopen van Paars in maart kreeg hij al te maken met agressie. Actievoerders gooiden taarten naar zijn hoofd. Zo op het eerste gezicht een ludieke actie, maar Fortuyn was er dagen door van slag. Hij vertoonde zich daarna nog nauwelijks in het openbaar. Voor zijn campagne liet hij zich door zijn chauffeur van de ene opnamestudio naar de andere rijden. Een sociaal leven was er niet meer bij. Alleen bij hoge uitzondering liep hij ,los' op straat, alleen begeleid door leden van zijn campagneteam. Als passerend publiek hem bejubelde, straalde hij. Als ze hem uitscholden, keek hij strak voor zich uit.
Fortuyn deed na het taartenincident al een oproep aan Kok om hem te beschermen. Hij kon zichzelf niet permanent bodyguards veroorloven. Niemand kon vermoeden dat Fortuyn werkelijk gevaar liep. Sinds mensenheugenis is in Nederland geen politicus meer vermoord wegens zijn opvattingen.

Fortuyn liet mensen niet onberoerd. Hij kon uitermate charmant, zorgzaam en openhartig zijn. Daarbij verstond hij als weinig anderen de kunst om haarscherp te debateren en complexe problemen te ontleden. Maar hij spaarde daarbij niets en niemand. Hij kon van het ene moment in het andere in een enorme driftbui schieten. Zijn rancune was vermaard.
Dan waren er nog zijn opvattingen. Nog nooit was er in Nederland een politicus die zich zo negatief uitliet over de islam. "Een achterlijke cultuur" vond hij het. Kort geleden nuanceerde hij dat tot "achtergebleven". Allochtonen moesten volgens hem zonder mitsen en maren integreren in Nederland, naar school gaan, en deelnemen aan de arbeidsmarkt. De grenzen moesten dicht voor vluchtelingen. Zijn uitgesproken opvattingen lijken hem fataal te zijn geworden.

Wilhelmus Simon Petrus Fortuyn (19 februari 1948) groeit op in een katholiek gezin met zes kinderen. Vader is vertegenwoordiger in enveloppen. Het gezin woont "op stand" zoals Fortuyn het zelf in een van zijn boeken beschrijft, in het keurige ambtenarendorp Driehuis, vlakbij Haarlem. Vader hult zich in chique, handgemaakte kostuums, zoon Pim volgt hem daarin al op jonge leeftijd, dwars tegen de tijdgeest in. Hij leert thuis aan de eettafel en op de middelbare school bij de Augustijnen discussiëren over politiek en geloof. In het dorp is hij vooral een buitenbeentje. 'Pam' wordt hij genoemd, wegens zijn deftige manier van Nederlands spreken.

Fortuyn meldt zich, na het voortgezet onderwijs, bij de Vrije Universiteit in Amsterdam voor de studie sociologie. Daarna wordt hij wetenschapper aan de Universiteit van Groningen. Hij roept dan al tegen wie het horen wil zo snel mogelijk hoogleraar te willen worden. In 1980 promoveert hij op de sociale ontwikkelingen in Nederland in de periode 1945-1949.

Zijn periode aan de Groningse universiteit levert hem aanvankelijk vrienden op, maar naarmate de tijd verstrijkt, steeds meer vijanden. In 1988 gaat hij naar Rotterdam om zich te vestigen als zelfstandig politiek-strategisch adviseur. Vanuit die positie wordt hij directeur van de OV-Studentenkaart BV. In 1992 vertrekt hij, ook weer met het nodige rumoer.

Maar Fortuyn maakt ook indruk als onafhankelijk denker. In 1991 weet hij de functie van bijzonder hoogleraar Arbeidsvoorwaarden in de wacht te slepen aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. De benoeming is voor hem van groot belang. Eindelijk kan hij zich hoogleraar noemen. Door "onderlinge haat en nijd", - de formulering is van Fortuyn zelf - pakt hij in 1995 zijn biezen.

Hij wordt goedbetaald gastspreker in het land, boekenschrijver, en columnist bij Elsevier. Het blad Quote schat zijn jaarinkomen in november 2001 op een slordige acht ton per jaar. Elk mens heeft, heeft Fortuyn regelmatig in interviews gezegd, een opdracht in het leven. Gaandeweg groeide bij hem het besef, daartoe aangemoedigd door "de mensen in het land", dat hij een opdracht had: Hij was degene die in politiek Den Haag schoon schip moest maken.

In gesprekken gaf hij soms aan bang te zijn voor wat hij los maakte met zijn politiek. Collega's van andere partijen "haatten" hem, zei hij half schertsend, half in ernst. Maar daarbij waren er anonieme bedreigingen. Hij liet er zich niet door van de wijs brengen. "Ik ben er aan begonnen, dus ga ik ermee door." Dat Fortuyn de Nederlandse politiek zou veranderen, stond al langer vast. Dat het op deze dramatische manier zou gebeuren, heeft niemand kunnen voorzien.