Wim Kok: "Hoe heeft dit in Nederland kunnen gebeuren?"
 
 
Oud-minister van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries (PvdA): "persoonsbeveiliging voor de heer Fortuyn is niet nodig".
 
Minister Korthals (VVD), is afgetreden uit het demissionaire kabinet Balkenende I
 
Elsevier, 30 augustus 2003 door Eric Vrijsen

Het rapport over de beveiliging van Pim Fortuyn is eindelijk in de Kamer. Van den Haak legde alle verklaringen terzijde die niet strookten met de lezing van de politie. De moord op Pim Fortuyn op 6 mei vorig jaar dompelde de democratie in een crisis. Het Binnenhof werd het toneel van relletjes. Politici durfden zich niet op straat te vertonen.

Anderhalf jaar later heeft de politieke elite zich hersteld. Kabinet en Tweede Kamer hebben alle resterende vragen over de falende beveiliging van Fortuyn naar de achtergrond gedrongen. Deze week bespreekt de Kamer het eindrapport van de onderzoekscommissie. Dan gaat de deksel definitief op de doofpot. Tenzij het parlement de moeite neemt om zelf een onderzoek in te stellen.

In opdracht van het kabinet-Kok stelde een commissie onder leiding van ex-rechter Harry van den Haak een onderzoek in naar de beveiliging van Fortuyn. De commissie had een halfjaar nodig om met een vierhonderd pagina's dik rapport te komen dat aan alle 'speculaties' een einde moest maken. Maar de onderste steen kwam niet boven en het rapport rammelt aan alle kanten.

Kernpunt is de vraag waarom Pim Fortuyn geen persoonsbeveiliging kreeg. Medewerkers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) oordeelden destijds dat er geen aanwijzingen waren dat Fortuyn gevaar liep. Maar de commissie-Van den Haak heeft de BVD-medewerkers niet kunnen ondervragen. De spionnen waren maandenlang met "ziekteverlof". De commissie nam ten slotte genoegen met wat schriftelijke antwoorden.

LPF-kamerlid Joost Eerdmans heeft de BVD (inmiddels de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, AIVD) gevraagd met de drie medewerkers te mogen spreken om de zaak verder op te helderen. AIVD-chef Sybrand van Hulst heeft Eerdmans geschreven dat hij zich maar moet verstaan met VVD-minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken). De Kamer kan de drie spionnen dwingen tot een verklaring, maar dan moet eerst een parlementaire enquête worden ingesteld. Behalve de LPF zit geen partij daarop te wachten.

De commissie-Van den Haak maakt in haar rapport gewag van 25 incidenten waaruit onomstotelijk blijkt dat Fortuyn ernstig gevaar liep. Hoe kon de BVD dit alles negeren? De commissie houdt het erop dat de BVD slordig en uit de losse pols werkte. Maar er is aanleiding dieper te graven. Zag de geheime dienst in Fortuyn geen potentieel slachtoffer, omdat die de instructie had hem te bespieden als een gevaar voor de politieke orde?

Op dat laatste zinspeelde minister van Binnenlandse Zaken, Klaas de Vries (PvdA). Kort na de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika, zei hij dat hij geen anti-islam-uitlatingen accepteerde. 'We houden iedereen in de gaten die een koude oorlog tegen de islam wil beginnen.' De Vries doelde op Fortuyn, die kort te voren had aangekondigd in de politiek te gaan en in een column in Elsevier de koude oorlog had verklaard aan de islam.

De Rotterdamse politicus beweerde in de daarop volgende maanden herhaaldelijk dat de geheime dienst hem afluisterde. De commissie-Van den Haak weerspreekt dat. Zij hecht geen geloof aan de verklaring van onder anderen Fortuyns butier Herman Dikkers en de Rotterdamse aannemer Cor van Maaren. Deze laatste voerde in mei 2002 een verbouwing uit in het huis van Fortuyn. Op de avond na de moord vroeg de politie hem naar het huis te komen om de deur te openen en het alarm uit te schakelen. Van Maaren kreeg de indruk dat de agenten afluisterapparatuur verwijderden uit de slaapkamer. De commissie-Van den Haak verlaat zich op een latere ontkenning door de politieambtenaren.

Volgens de LPF heeft de commissie niet met iedereen gesproken die een licht kan werpen op de zaak. Vraag is of het iets zou hebben uitgemaakt. Van den Haak legde namelijk alle verklaringen terzijde die niet strookten met de lezing van politie en justitie. Pikant is een telefoontje tussen twee Gelderse dierenactivisten dat de politie in Zwolle op 9 januari 2002 afluisterde. Ze noemen Fortuyn 'mongool' en 'vette eikel'. Een activist: 'Hij moet echt dood.' Vervolgens waarschuwen ze elkaar: 'Niet over de telefoon.' Ze herstellen zich: 'Zoiets meen je niet. Spreekwoordelijk: monddood maken. Gewoon met plakband over zijn gezicht.' Daarna wordt de communicatie snel verbroken.

De commissie-Van den Haak weigerde het telefoontje serieus te nemen. Zij beroept zich ook hier op deskundigen van de politie. Maar die deskundigen kunnen daarover natuurlijk niet onafhankelijk oordelen.
Hadden de afgeluisterde leden van het Dierenbevrijdingsfront connecties met Volkert van der Graaf? De commissie-Van den Haak heeft het niet uitgediept, zodat het twijfelachtig blijft of de aanslag werkelijk door één persoon werd beraamd.

Van den Haak concludeerde dat de moord op Fortuyn niet te voorkomen was geweest. De persoonsbeveiliging van politici is volgens de commissie niet ingesteld op zo'n directe dreiging. De dader haalde die conclusie onderuit. Hij verklaarde tegenover de rechtercommissaris dat hij zich zou hebben teruggetrokken, als Fortuyn bewakers naast zich had gehad toen hij op 6 mei de radiostudio verliet. De commissie doet die bewering af als een irrelevante speculatie.

Vlak voor het kerstreces debatteerde de Kamer uitvoerig over het rapport-Van den Haak. Tot een politieke afronding kwam het niet: Remkes bleef zich verzetten tegen de conclusie dat zijn ambtenaren hadden gefaald. Het parlement liet het er verder bij zitten, ook om de staat niet op kosten te jagen. Remkes voorspelde namelijk dat de familie Fortuyn met een schadeclaim zou komen.

Zulke beslommeringen mogen een politieke afronding van een zó belangrijke zaak niet vertroebelen. Het is een democratische plicht van alle kamerfracties om in de kwestie-Fortuyn tot de bodem te gaan. Als belangrijke vragen open blijven, zullen steeds weer nieuwe complottheorieën bovenkomen