Pim Fortuyn REQUISITOIR van de officier van justitie te Amsterdam in de strafzaak tegen (parketnr.13/123078-02)Volkert VAN DER G.
 

REQUISITOIR

 

van de officier van justitie te Amsterdam in de strafzaak tegen

(parketnr.13/123078-02)

Volkert VAN DER G.,

geboren op 09 juli 1969 te Middelburg,

wonende te Harderwijk,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Demersluis te Amsterdam,

ter terechtzitting van 1 april 2003.

President, Edelachtbaar College,

Inleiding

Waarom had Volkert bij zijn aanhouding een bivakmuts op zak? Waarom had hij zich die ochtend niet geschoren, hoewel hij het zó belangrijk vond om bij de uitvoering van zijn moordplan qua kleding en oorringen niet op te vallen, en terwijl hij een stoppelbaard juist wel te opvallend vond (r-c blz.16 en 18)?

Waarom vertelde Volkert aan de politie dat een latex handschoen helemaal stuk gaat als je daarmee in de bosjes tussen takken en wortels graaft (VERD/47), terwijl zijn handschoenen níet stuk waren (verklaring zitting 27-3-03), maar slechts het linker pinktopje miste?

Waarom kan hij zich niet herinneren hoe hij zich zijn laatste avond, nacht en ochtend thuis heeft gevoeld (verklaring zitting 27-03-03)?

En waarom heeft de verdachte zich voor zijn motief beroepen op zijn politieke betrokkenheid en bezorgdheid voor kwetsbare groepen in het algemeen?

Vragen. Naast talloze antwoorden, die er gelukkig ook zijn; antwoorden die voor de vragen naar bewijs, strafbaarheid, schuld, en straftoemeting van groot belang zijn. Daarvoor lijken misschien sommige overgebleven vragen, wat minder essentieel. Toch zal in de loop van mijn betoog duidelijk worden dat, bij de vele heldere antwoorden die ons onderzoek heeft opgeleverd, een aantal vragen is blijven openstaan, waarvan de antwoorden van betekenis zijn. Sommige, zoals die over zijn motief, voor de strafmaat. Alle andere in elk geval ook voor de geschiedschrijving. Ik weet, het strafproces is daar niet in de eerste plaats voor bedoeld. maar deze zitting is wel dé gelegenheid bij uitstek om alle vragen over de verdachte, zijn drijfveren en zijn handelingen met betrekking tot deze moord - die enig in zijn soort is en waarover dus nog lang zal worden geschreven - zo veel mogelijk op tafel te leggen en te beantwoorden. De samenleving die als geheel bijzonder geschokt is geweest, heeft daar recht op en belang bij. In al mijn kritische vragen aan de verdachte ben ik bezig geweest met mijn taak: waarheidsvinding.

Vanaf 6 mei 2002 heeft een groot team vanuit verschillende politiekorpsen diepgaand onderzoek gedaan naar de moord op de politicus Pim Fortuyn. Met sterk gevoel voor de vele vragen vanuit de samenleving, en vanzelfsprekend uiterst gemotiveerd, is met grote precisie gespeurd naar het antwoord op de volgende vragen:

is deze verdachte de dader, en de énige dader?

wie is hij eigenlijk precies?

vanuit welk motief of welke context heeft hij de moord beraamd?

zijn wellicht anderen betrokken geweest bij zijn plan, of daarvan op de hoogte geweest?

De belangrijkste antwoorden zijn gevonden; ik ga daar uiteraard dieper op in. Maar het is natuurlijk onontkoombaar dat niet àlles met 100% zekerheid kan worden beantwoord. Strafrechtelijk onderzoek is in het algemeen niet geschikt om in absolute zin zekerheden op álle vragen te krijgen. Sommige antwoorden liggen uitsluitend in het hoofd van een verdachte. Zelfs in dít feitenonderzoek zitten een paar kleine onzekerheden (zoals de nacht van 5 op 6 mei 2002, en de werkelijke drijfveren van verdachte). Maar ik zeg er meteen bij: die onzekerheden zijn voor uw uiteindelijke beoordeling over bewijs en schuld niet van belang.

Voor mij is na dit onderzoek één vraag blijven leven: heeft Volkert in zijn verklaringen bij de rechter-commissaris, en later de politie en uw rechtbank, volledig de waarheid verteld over de toedracht van de moord en zijn motief?

Als aannemelijk zou worden dat hij over - misschien kleine - onderdelen van zijn verhaal onwaarheid heeft gesproken, en ook waarom hij dat heeft gedaan, zegt dat wel iets over zijn persoon, en is dat in zoverre van belang voor uw eindoordeel. En, ik zei het al, het is ook van belang voor de wijze waarop hierna nog over de toedracht en achtergronden van deze moord zal worden geschreven.

Ik zal in mijn requisitoir in het bijzonder aandacht besteden aan de volgende onderwerpen:

hoe is in dit opsporingsonderzoek antwoord gevonden op de vragen die werden gesteld?

wat is, voor zover hier van belang, vóór en op 6 mei 2002 exact gebeurd?

het bewijs van de tenlastegelegde feiten

wie is de verdachte Volkert van der G. precies?

wat was de invloed van de enorme publiciteit en het commentaar van buitenstaanders?

hoe moeten de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder ze zijn begaan, en de persoon van de verdachte, worden vertaald in een passende strafmaat?

A. Het onderzoek naar de feiten

het team en de opdracht

Onmiddellijk na de aanslag was duidelijk dat deze moord buitengewoon ernstig was en diep in de samenleving zou ingrijpen. Door de leiding van mijn parket en die van de regiopolitie Gooi & Vechtstreek werd besloten tot de vorming van een omvangrijk opsporingsteam uit verschillende regio's. Glashelder was meteen dat het onderzoek diepgaand en volledig moest zijn, en uiterst zorgvuldig moest plaatsvinden.

Op de avond van de moord stond al vast dat er in ieder geval één zeer duidelijke verdachte was: de Harderwijker Volkert van der G. Hij was vanaf het moment van neerschieten op heterdaad en onophoudelijk gevolgd door de chauffeur van het slachtoffer, de getuige Smolders. De verdachte kon binnen nog geen tien minuten worden aangehouden, had een pistool op zak, handschoenen aan en kruitsporen op zijn handen.

De eerste en belangrijkste opdracht was vanzelfsprekend om met zekerheid aan te tonen dat deze verdachte ook werkelijk de dader was. Uitgesloten moest worden dat hij, hoe onwaarschijnlijk het ook kon klinken, zou kunnen zeggen dat niet hij maar een onbekende persoon Fortuyn moest hebben neergeschoten en op de vlucht het wapen in zijn handen had geduwd. Vooral forensisch-technisch onderzoek zou hierbij van grote betekenis kunnen zijn; vandaar dat de hulp van diverse disciplines van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is ingeroepen.

Al heel snel was duidelijk dat Van der G. een zeer uitgesproken milieuachtergrond had; daarmee kwam de vraag naar het motief om Fortuyn te vermoorden meer dan levensgroot op ons af. En daarom kon het niet anders of het onderzoek zou zich in de tweede plaats moeten uitstrekken tot de vraag: had de verdachte gehandeld vanuit deze achtergrond? Of - en de verschillende theorieën waren in de media al snel geboren - was hij slechts een uitvoerder voor anderen? Had hij misschien uit persoonlijke rancune gehandeld?

En had hij in de voorbereiding van zijn daad wellicht één of meer anderen, mogelijk geestverwanten, betrokken? Het zóu kunnen zijn geweest dat iemand anders op strafbare wijze betrokken was geweest bij de planning, de voorbereiding of de uitvoering. Maar ook was denkbaar dat een ander 'slechts' kennis had van zijn voornemen, zonder strafrechtelijk aansprakelijk te zijn. Allemaal vragen die bij de enorme commotie na de moord niet uit de weg gegaan konden worden, en daarom nadrukkelijk in het onderzoek zijn betrokken. De leidende gedachte was: na dit onderzoek zouden er in redelijkheid geen vragen meer op de hier genoemde punten mogen open staan.

Niet het hele politieteam 'Onderzoek Moord Fortuyn' kon op één locatie werken. De taken werden als vanzelf gesplitst: het onderzoek naar de feitelijke betrokkenheid van Volkert van der G. werd verricht door opsporingsambtenaren op het politiebureau in Hilversum, en het 'omgevingsonderzoek' rond de verdachte werd verricht door recher-cheurs die hun tijdelijk onderkomen bij het KLPD in Driebergen hadden. Vanzelfsprekend lag de justitiële leiding van beide deelonderzoeken in één hand.

het onderzoek en de antwoorden

Uit het onderzoeksdossier blijkt dat er breed en diepgaand onderzoek is verricht:

Er is technisch onderzoek verricht naar vingerafdrukken, vezels, haren, DNA, schotrestsporen, handschriften en stuifmeelpollen.

Er is diepgaand onderzoek verricht in de bestanden van de computers van Volkert thuis en op zijn werk, alsmede die van zijn vriendin Petra, en die van het slachtoffer.

Ook overigens zijn nagenoeg alle voorwerpen en papieren die bij de verdachte zijn gevonden en in beslag zijn genomen, op hun herkomst en relevantie onderzocht.

Bij verdachte thuis is meerdere keren gezocht naar aanknopingspunten voor verder onderzoek. Dit is vrij uitzonderlijk, maar werd telkens gerechtvaardigd door nieuwe onderzoeksinformatie.

Veel personen uit de vroegere, meer recente en huidige omgeving van de verdachte zijn als getuigen gehoord, over wie hij is, zijn vroegere en huidige drijfveren en zijn recente gedrag.

Binnen de grenzen van wat mogelijk was, is onderzocht of bij de ontwikkeling van zijn plan of bij de aanloop naar 6 mei enigerlei betrokkenheid kon worden vastgesteld van iemand uit verdachtes omgeving, waarbij uiteraard is gedacht aan zijn milieuachtergrond. (Ik merk niet voor niets op: binnen de grenzen van wat mogelijk is. Om bijzondere opsporingsbevoegdheden te gebruiken tegen personen die geen verdachte zijn, moet altijd voldaan zijn aan wettelijke vereisten, en is in een aantal gevallen rechterlijke toetsing vooraf nodig. Er kan heel veel in Nederland, maar er zijn terecht grenzen.) De resultaten zijn verantwoord in een proces-verbaal van opsporingsmethoden.

Van de verdachte en van verschillende personen in zijn naaste omgeving zijn telefoongesprekken afgeluisterd en opgenomen, en enkele van die personen zijn gedurende enige tijd geobserveerd geweest. Conform de Aanwijzing van het College van Procureurs-generaal zijn alle gesprekken met advocaten vernietigd en gewist.

Er is historisch onderzoek verricht naar het belgedrag van telefoons van een aantal personen uit de omgeving van de verdachte, en naar de vraag of via een aantal GSM-basisstations in Hilversum relevante belcontacten waren te ontdekken.

Onderzocht is of verdachte in het verleden schietinstructie heeft gekregen. Hoewel hij vanaf zeer korte afstand heeft geschoten, en naar eigen zeggen daarmee niet had kunnen missen, was het relevant om te weten of hij ooit geoefend had.

Er is onderzoek gedaan naar Volkerts financiële huishouding, teruggaand tot 1991.

Zijn privé correspondentie van de afgelopen jaren, tot aan die in het Huis van Bewaring toe, is in beslag genomen en onderzocht.

Er is aan omringende landen rechtshulp gevraagd bij het onderzoek naar de herkomst en de historische route van het pistool, en naar de eigenaar van DNA-materiaal dat op de patroonhouder was aangetroffen.

Er is onderzoek verricht naar enkele personen die als verdachte konden worden aangemerkt: Volkerts vriendin (i.v.m. de aangetroffen chemicaliën) en twee mannen van wie achtereenvolgens kon worden vermoed dat zij betrokken waren geweest bij de levering van het pistool. Hun zaken zijn geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Er is verregaand onderzoek verricht naar de identiteit van de NN-persoon wiens DNA op de patroonhouder was gevonden.

Naar aanleiding een TV-programma van Peter R. de Vries, waarin hij aangaf te beschikken over stapels relevante e-mails, is hem expliciet gevraagd alles wat voor het onderzoek van belang zou kúnnen zijn, aan het onderzoeksteam af te staan. Dit heeft overigens tot niets geleid. Hetzelfde kan worden gezegd van berichten als zou programmamaker Harry Mens over vele belangwekkende e-mails beschikken.

Tenslotte, het onderzoeksteam heeft een enkele maal ad hoc onderzoek verricht naar aanleiding van meldingen van de Commissie-Van den Haak, die beschikte over berichten van bedreigingen aan het adres van Fortuyn. Ook is af en toe ad hoc gereageerd op geruchten in de media over de verdachte en over mogelijke verbanden.

Wat kan uit al het verrichte onderzoek worden geconcludeerd? Veel onderzoek was gericht op de vraag of iets aangetoond kon worden (in de sfeer van verbanden, theorieën of motieven). Ik moet opmerken dat, als iets met de strafrechtelijke middelen die ik heb ingezet níet kon worden aangetoond, dat nog niet zonder meer betekent dat het ook niet kán bestaan. Maar ik kan wel stellen dat de kans daarop bijzonder klein is. Wie met enige nuchterheid het totaal aan onderzoeksresultaten bekijkt, moet tot die conclusie komen.

Uit de onderzoeken die verricht zijn kan het volgende worden vastgesteld:

In geen enkele verklaring, in geen enkel document, is enige steun te vinden voor de gedachte dat Volkert en het slachtoffer elkaar persoonlijk hebben gekend, en dat het motief voor de moord in de privé-sfeer kan hebben gelegen.

Er is geen enkele aanleiding om te vermoeden dat Volkert door wie dan ook voor de moord zou worden of zijn betaald. Nergens zijn aanwijzingen gevonden voor aanzienlijke inkomsten, verschuivingen of bestedingen.

Niet is gebleken of aannemelijk geworden dat verdachte schietlessen heeft gevolgd. Naar mijn overtuiging was het voor de wijze van neerschieten van Fortuyn niet nodig om geoefend schutter te zijn. Maar gezien verdachtes belangstelling voor vuurwapens was de gedachte aan schietinstructie wel redelijk. Maar de verklaringen van twee schietinstructeurs die zeggen 'rond 1995' respectievelijk 'eind 1998' instructie aan Volkert te hebben gegeven zijn onvoldoende betrouwbaar om instructie aan te nemen: de één zegt verdachte eind 1998 'maar enkele minuten' te hebben gezien zonder hem gesproken te hebben, de ander zou hem zo'n 8 à 9 jaar geleden gedurende maximaal 3 kwartier hebben gezien. Beiden zijn niet overtuigend in hun herkenning zo vele jaren later.

De reden voor de aanschaf van het vuurwapen in 1996/1997 kan niet anders worden gezien, dan om zichzelf veiliger te voelen in zijn werk. Niemand anders dan een kennis die had bemiddeld wist ervan.

Er is niets gevonden waaruit zou kunnen worden afgeleid dat achter Volkert iemand anders schuil gaat, die belang had bij de moord op Fortuyn en die Van der G. daarvoor heeft gebruikt. Eén opmerking over Al Qaeda was op niets gebaseerd, en dat Volkert tot een zeer gevaarlijk groepje behoorde was een zichzelf opblazend bericht uit kringen van landbouwers op de Veluwe, die veel last hadden van Volkerts Vereniging Milieu Offensief.

Evenmin is gebleken dat Van der G. bij de vorming van zijn voornemen, bij de voorbereidingen en/of bij de uitvoering van de aanslag heeft samengewerkt met wie dan ook. Zo zijn alleen uit zíjn pistool kogeldelen gevonden. In Bennekom bij het boodschappen doen, en vooraf bij de studio in Hilversum zijn geen personen gesignaleerd, althans, niemand verklaart daarover. Niemand heeft hem bij zijn vlucht hulp geboden. Afgaand op de bevindingen van de technische recher-che die zijn auto heeft doorzocht, is hij zeer vermoedelijk de enige inzittende geweest van de Toyota waarmee hij was gekomen. De plattegrond en nadere informatie over het interview van Fortuyn op 6 mei zijn opgevraagd op zijn eigen computer. De munitie voor het wapen was op de zolder van zijn eigen woonadres voorhanden.

Tenslotte kan worden vastgesteld dat de berichten over zogenaamd belangrijke e-mails die bij media in het land zouden zijn binnengekomen, zwaar overtrokken waren. Ze hebben voor het onderzoek niets van enig belang opgeleverd. Wellicht waren deze berichten vooral bedoeld geweest om aandacht te trekken in de hectische tijd na 6 mei 2002. Hooguit ging het om berichten van verontruste burgers die er het hunne van dachten of achter meenden te kunnen zien, en die hun vertrouwen stelden in TV-programmamakers.

argumenten voor en tegen enige twijfel

De enige vraag die na ¾ jaar onderzoek nog kan blijven hangen is: maar was er dan helemaal níemand op de hoogte van wat Volkert in zijn eentje wilde gaan doen? Het laat zich immers moeilijk denken dat hij alles volledig in zichzelf heeft uitgedacht en voorbereid, zonder zijn vriendin of een ander in zijn naaste omgeving hierover ook maar iets te vertellen.

Ik stel overigens voorop dat het toch bepaald niet ondenkbaar is dat iemand geheel op zichzelf een moord van dit kaliber beraamt, zonder dit voornemen zelfs met zijn partner te delen. In de beruchte strafzaak tegen Ferdi E., ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn, bleek de dader zijn plan ook helemaal in zijn eentje te hebben uitgebroed, en voor zijn meest naaste omgeving lange tijd, ook ná de ontvoering en de moord, verborgen te hebben kunnen houden. Sommige mensen kunnen dat kennelijk. Maar misschien mag ik wel zeggen: het is niet normaal.

Bij het onderzoek naar de vraag of iemand op z'n minst op de hoogte was van de gedachte van Volkert om Fortuyn om het leven te gaan brengen, komen we op een terrein waar het strafrecht verder weinig tot niets kan, en waar hooguit de moraal en het geweten gelden. Stel dat iemand geweten heeft dat Volkert met gedachten over moord rondliep. En stel dat die persoon met die kennis verder helemaal niets heeft gedaan, dan is dat moreel verwerpelijk. Dan heeft die persoon een gewetensprobleem. Maar hij of zij is dan niet (zonder meer) strafbaar.

Het strafrechtelijk onderzoek is er wel mede op gericht geweest om hier zicht op te krijgen. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in geen enkel afgeluisterd telefoongesprek, in geen enkele brief tijdens detentie, en in geen enkele verklaring van wie dan ook, steun gevonden kan worden voor de - op zichzelf voor de hand liggende - gedachte dat Volkert op zijn minst aan iemand verteld moet hebben wat hij van plan was te gaan doen.

In de briefwisseling tussen Volkert en zijn vriendin zijn aanwijzingen te lezen dat zij niet van zijn plan en beweegreden op de hoogte is geweest, en het waarom niet kan bevatten.

De enige redenen die er wellicht zijn om te veronderstellen dat Volkert zijn plan tòch met iemand anders kan hebben gedeeld, zijn de volgende:

Al in het begin van de briefwisseling en ook uit de telefoongesprekken blijkt dat verdachte en zijn vriendin zich heel goed bewust waren dat anderen meelazen en meeluisterden. Volkerts moeder heeft verklaard dat ze allemaal in het begin bij de advocaat van Volkert op kantoor zijn geweest, en zijn geïnstrueerd dat de telefoons konden worden afgeluisterd, en dat zij tijdens bezoek niet over de zaak moesten spreken (GET/109). Het weinige dat Volkert en zijn vriendin schrijven en zeggen over de inhoud van de zaak hoeft dus bepaald niet de waarheid te zijn. Of zoals Volkert zelf schreef in zijn brief van 21 juli 2002: "… mocht ik ooit nog eens een verklaring afgeven aan de rechterlijke macht of in de media dan hoeft dat natuurlijk niet noodzakelijkerwijs de waarheid te zijn. Voor de buitenwereld is de waarheid niet belangrijk - het hoeft slechts funktioneel te zijn."

Uit de verklaringen van de verdachte bij de rechter-commissaris en de politie blijkt dat hij op geen enkele manier anderen bij de zaak wil betrekken; consequent heeft hij de leveranciers van het wapen en van de munitie (r-c blz.13 en 26), degenen die portofoons hebben geleend (VERD/69), degene van wie hij tekeningen van pelsdierfokkerijen had gekregen (VERD/62), en zijn eigen vriendin buiten de zaak willen laten.

Verdachte heeft een half jaar gezwegen, tegen een groeiende berg bewijsmiddelen op. Ondanks dat hij uit overtuiging had gehandeld, en een 'statement' kort na zijn aanhouding in de lijn der verwachtingen had gelegen, wilde hij eerst precies weten wat er allemaal aan onderzoeksmateriaal lag. Zo kon hij eerst zien of alleen tegen hèm aanwijzingen en verdenkingen bestonden, en kon hij later dienovereenkomstig verklaringen afleggen.

Het zijn signalen dat de verdachte voortdurend berekenend is, en mogelijk nog iets te verbergen heeft. Ik wil niet speculeren over de vraag wie hij mogelijk uit de wind wil houden; verdachtmakingen naar anderen behoren niet op deze plaats te worden gedaan, en voor déze strafzaak is het niet van belang.

Ik kom later op dit punt terug bij de vraag of Volkert over zijn voorbereidingen helemaal naar waarheid heeft verklaard. Voorlopig moet ik erbij blijven dat bewijs ontbreekt voor strafbare betrokkenheid van wie dan ook, en dat er ook geen duidelijke aanwijzingen zijn dat iemand van zijn plan heeft geweten. Resterende vragen op dit laatste punt kunnen slechts beantwoord worden vanuit het hoofd van de verdachte zelf.

B. De relevante gebeurtenissen vóór en op 6 mei 2002

De feiten zijn uitvoerig door uw rechtbank doorgenomen. Ik wil er een aantal opmerkelijke aspecten uitlichten.

de aanschaf van een pistool en munitie

Waar ligt het begin? Ik ga terug naar het moment waarop Volkert het pistool kocht. Eind jaren '90, zegt hij aanvankelijk (r-c blz.13). Later preciseert hij het tot eind 1996, begin 1997 (r-c blz.15 en VERD/37), nadat hij is geconfronteerd met de verklaring van een toenmalige kennis Ferdinand G. Volgens deze kennis gaf Volkert aan dat hij bedreigd werd door boeren, en daarom een pistool wilde hebben voor zijn eigen bescherming.

Volkert was al jaren geïnteresseerd in vuurwapens, gezien de krantenknipsels uit begin jaren '90 in zijn koffer op zolder (r-c blz.15). Bij de politie zegt Volkert ook dat hij eerder wel eens had nagedacht over het aanschaffen van een vuurwapen, want bedreigingen waren er al vanaf het begin dat de VMO bestond (VERD/37). Hij had door het lezen van knipsels ook wel enig verstand van vuurwapens (VERD/38).

De zojuist bedoelde kennis heeft Volkert in contact gebracht met een Turks café in Ede, waar Volkert een pistool kocht voor Hfl. 2.000,= (verklaring G., bijlage bij brief aan rechtbank van 14 maart 2003). Volgens verdachtes eigen verklaring kostte het wapen hem Hfl. 3.000,=. Op het bedrag na stemmen de verklaring van deze kennis en die van Volkert vrij nauw overeen.

Hij had een nieuw wapen willen hebben; hij was wel zo slim om te beseffen dat een gebruikt wapen sporen kon hebben nagelaten bij een eerder misdrijf (VERD/38). Hij liet zich echter toch een tweedehands wapen verkopen.

Later kocht Volkert passende munitie bij een onbekende in Den Haag, aldus nog steeds deze kennis. Bij de rechter-commissaris verklaarde Volkert aanvankelijk nog, in strijd met de waarheid, dat hij de 2 doosjes munitie mèt het wapen in het café had gekocht (r-c blz.13). Toen ik hem later confronteerde met de verklaring van G. erkende hij dat hij de 2 volle doosjes munitie apart had gekocht in Den Haag (r-c blz.26). Het is opmerkelijk dat Van der G. in zijn verklaringen af en toe níet open was en naar waarheid sprak; ik kom daar op terug.

Naar eigen zeggen heeft hij eind jaren '90 eenmaal met het wapen geschoten, ergens in de omgeving van Wageningen. Gewoon, om het te proberen (r-c blz.13). Later heeft hij verder uitgevonden hoe het wapen werkte, en heeft hij het wapen ook wel doorgeladen.

Er is geen aanwijzing dat Volkert het wapen destijds heeft aangeschaft om er iemand mee te doden. Al is het natuurlijk ernstig genoeg dat hij het al die jaren voorhanden had, en er kennelijk aan dacht toen hij het plan opvatte om Fortuyn te vermoorden.

Hij heeft het wapen met de munitie thuis bewaard in een koffer. Op foto's is duidelijk te zien dat de koffer handmatig is voorzien van twee oogschroeven en een hangslot (AH/399); kennelijk was de inhoud van die koffer niet voor andere ogen bedoeld.

het ontstaan van het idee; zoeken op internet

Dit begon voor Volkert met de gedachte 'dat Fortuyn gestopt moest worden' (r-c blz.4). Hij haatte hem niet, maar vond hem een gevaar voor de democratische rechtsstaat (blz.4 en 6). Hij heeft Fortuyn in alle media gevolgd en het totaalbeeld bracht hem op de gedachte Fortuyn om te brengen (blz.5). Tot dit totaalbeeld behoren 'de combinatie van de persoon, zijn ideeën, de manier waarop hij de ideeën naar voren bracht en de macht die hij zou krijgen' (blz.8).

De start van Volkerts voorbereidingen ligt op het internet. Op 9 verschillende dagen, gedurende zo'n 13 uur in totaal, heeft hij gesurft en gezocht naar trefwoorden rond de naam, de woonplaats en het dagprogramma van het slachtoffer (AH/357).

Vastgesteld is dat op de computer bij Volkert thuis op 22 maart 2002 voor het eerst is gezocht op de naam van het slachtoffer, en wel op de site 'pim-fortuyn.nl'. Op 24 maart is vermoedelijk gezocht op een adres van Fortuyn in Rotterdam, met zoekvragen als 'burgerplein + rotterdam + fortuyn'.

Daarna is op 21 april 2002 verder gezocht op trefwoorden als 'fortuyn + agenda' en 'fortuyn + profiel + prive'. Op 28, 29 en 30 april is wederom gezocht, o.a. naar 'ontbijt + tv', kennelijk om het programma van optredens van Fortuyn te vinden. Op die 30e april heeft hij een print gemaakt van de mededeling dat Fortuyn op 8 mei 2002 te gast zou zijn in KRO's Ontbijt-TV. Op 4 mei heeft verdachte nog gezocht op de website 'omroep.nl'.

Verdachte was in het bezit van een GSM. Deze werd na de moord uitgeschakeld aangetroffen in de kofferbak van zijn auto (relaas-pv blz.27). Uit onderzoek is gebleken dat deze GSM op 3 mei 2002 voor het laatst contact heeft gemaakt (relaas-pv blz.35).

Op zondag 5 mei 2002 heeft verdachte 's avonds vanaf 19.59 uur zo'n twee uur lang (!) op diverse websites gespeurd op trefwoorden als 'fortuyn + 6mei', en '3fm + studio + sumatralaan' (AH/355-357). Om 21.11 uur heeft hij gezocht naar een plattegrond van het Mediapark. Om 21.50 uur heeft hij meer gedetailleerd gezocht naar beelden van het 3FM-gebouw (AH/33).

waarom het Mediapark?

Puur toeval, aldus verdachte zelf; "Ik had geen speciale reden om de aanslag op het Mediapark te plegen. Het ging mij uitsluitend om de gelegenheid om te doen wat ik wilde doen" (r-c blz.11). "De plek en tijd voor deze aanslag waren voor mij niet zo relevant. Ik heb op de computer naar een gelegenheid voor de aanslag gezocht. Toen kwamen verschillende mogelijkheden naar boven" (r-c blz.12). Dat Volkert ook plattegronden van de woonomgeving van twee andere LPF-ers bij zich had, mag volgens hem niet worden uitgelegd als bedreigend jegens hen. Net als de plattegrond van het Kurhaus had het volgens hem alleen maar betrekking op mogelijke plaatsen waar Fortuyn zou komen of zelfs overnachten (r-c blz.11).

Volkert zocht naar een plaats waarvan hij zeker wist dat hij Fortuyn daar zou treffen. Het was geen optie om Fortuyn op te wachten bij zijn woning in Rotterdam, omdat Volkert ook nog een thuis en zijn werk had (r-c blz.12). Kennelijk moest het allemaal totaal niet opvallen wat hij in zijn schild voerde. Het Mediapark was de eerste kans die zich voordeed.

Steun voor de gedachte dat het Mediapark vrij toevallig is gekozen, ligt in het feit dat in verdachtes auto ook het printje lag met de informatie dat Fortuyn op 8 mei 2002 te gast zou zijn bij KRO's Ontbijt-TV (AH/183).

een grondige voorbereiding

Volkert heeft zich terdege op 6 mei voorbereid. Uit wat in zijn auto en op zijn lichaam werd aangetroffen na zijn aanhouding kan dat zonder meer blijken:

hij had al enige tijd eerder een baseball petje gekocht bij de V&D, als kledingstuk om minder herkenbaar te zijn als hij zijn voornemen zou gaan uitvoeren (verdachte ter zitting 27-03-03);

hij had de vorige avond plattegronden van het Mediapark en de omgeving, en van enkele mogelijke slaapadressen van Fortuyn, uitgeprint en meegenomen;

hij wist, blijkens aantekeningen op enkele stukken, precies waar en wanneer Fortuyn op 6 mei in de middag zou optreden;

hij had zijn wapen, de patronen, en een bivakmuts uit de beige koffer op zolder gepakt en in zijn rugzak gedaan (verdachte ter zitting 27-03-03);

hij had alles gedaan om onopvallend te zijn: baard geschoren met nog speciaal daartoe gekocht scheergerei, onopvallende kleding, een zonnebril en pet op, oorringen uit (r-c blz.17);

om geen sporen op het wapen na te laten droeg hij latex handschoenen (r-c blz.14);

het wapen verborg hij, ook tijdens het schieten, in een plastic tas om niet op te vallen (r-c blz.14 en 19, VERD/49);

in zijn auto had hij wasbenzine om vóór de aanslag vingerafdrukken te verwijderen van gladde dingen die hij had meegenomen, zoals de plastic tas en het wapen (r-c blz.18); bij de politie verklaart hij ook dat hij op 6 mei het wapen nog heeft schoongemaakt (VERD/39);

hoewel hij tot het moment dat hij op Fortuyn afliep niet zeker wist dat het zou gaan gebeuren, heeft hij ook verklaard dat hij tevoren wel wist dat hij op de vitale delen van Fortuyn zou schieten, dus op zijn bovenlichaam en hoofd, en dat hij zou schieten op het moment dat Fortuyn lopend de studio zou verlaten (r-c blz.20).

Met zijn internetgedrag en zijn verklaring daarover kan worden bewezen dat Volkert "opzettelijk en met voorbedachten rade" heeft gehandeld.

de ochtend van 6 mei 2002

Er zijn geen verklaringen over waar de verdachte die vroege ochtend was. Zijn vriendin heeft niet inhoudelijk willen verklaren, dus moeten we het doen met wat verdachte er zelf over zegt. En dat is opvallend weinig. Hij weet niet meer hoe hij zich 's morgens voelde, wat hij precies heeft gedaan voordat hij de deur zegt te zijn uitgegaan.

Het verhaal begint die dag pas controleerbaar rond een uur of tien. Een collega verklaart dat hij zelf op 6 mei 2002 tussen 9.45 uur en 10.00 uur bij VMO arriveerde en dat Volkert net iets later binnenkwam. Ze hebben gewoon gewerkt. We zien dus verdachte als altijd druk bezig met dossiers, telefoontjes en een poststuk klaarmaken voor verzending. Intussen heeft hij zijn rugzak naast zich, met zijn pistool en zeven kogels. Twee werelden, die tot het middaguur gewoon naast elkaar bestaan. Omstreeks 12.30 uur zijn zij beiden het kantoor uitgegaan. "Volkert zei dat hij die middag vrij nam vanwege het mooie weer" (GET/72). Deze collega heeft een half uur lunchpauze genomen en is daarna weer teruggekeerd naar kantoor. Met Volkert heeft hij geen contact meer gehad.

de middag van 6 mei 2002

Uit informatie van de Postbank blijkt dat Volkert die dag om 12.48 uur in Wageningen € 150,= heeft opgenomen (relaas-pv blz.36, en DIV/12). Rond hetzelfde tijdstip heeft Volkert op een postkantoor in Wageningen een postpakket verzonden in verband met zijn werk bij de VMO (relaas-pv blz. 28 en 29).

Uit informatie van Albert Heijn blijkt dat hij om 13.16 uur één fles Spa rood, scheermesjes en -schuim, bananen en mueslibroodjes heeft afgerekend bij een AH-filiaal in Wageningen (relaas-pv blz.36, en DIV/13).

Op een doos in verdachtes kofferbak zat een aankoopbon van een scheerapparaat, afgerekend op 6 mei 2002 om 13.42 uur bij een winkel in Bennekom (relaas-pv blz.27).

Naar aanleiding van een later buurtonderzoek in Hilversum, in de omgeving van verdachtes auto, heeft een getuige verklaard dat hij de Toyota op 6 mei om 15.30 uur, toen hij zelf met zijn auto uit de Celebeslaan vertrok, nog niet heeft gezien, maar om 17.45 uur toen hij terugkwam wel (GET/41).

Naar eigen zeggen is Volkert onderweg van Bennekom naar Hilversum drie keer gestopt: de eerste keer om zich te scheren (langs de A12), daarna om te tanken (bij Utrecht, van de snelweg A27 af), en tenslotte nog een keer om het wapen met wasbenzine schoon te maken (voor Hilversum). Hij had bij die laatste keer zijn latex handschoenen aan (r-c blz.16 en VERD/46 en 42-43).

Volkert zelf verklaart dat hij om een uur of vier die middag bij het Mediapark aankwam. Niemand heeft hem rond die tijd gezien, dus moeten we het uitsluitend met zijn eigen verklaring doen. Hij heeft het Mediapark eerst nabij de hoofdingang verkend en daarna het fietspad aan de Insulindelaan ontdekt. Vervolgens is hij het terrein gaan bekijken en heeft hij even op een bankje rust gezocht voor zichzelf (VERD/57). Vervolgens ging hij op zoek naar het 3FM-gebouw, dat hij van buitenaf al had gezien (VERD/47). Tussen de struiken heeft hij de tas met het pistool in de grond gegraven, om in de resterende tijd niet gezien of gecontroleerd te worden met een wapen bij zich.

de laatste minuten

Daar, tussen de struiken, heeft hij naar eigen zeggen ongeveer een uur gezeten (r-c blz.17). Hij kon flarden horen van de uitzending binnen (r-c blz.19). Wie de radio-uitzending van BNN terugluistert, hoort onder meer dat aan Fortuyn wordt gevraagd hoe oud hij denkt te worden. Of Van der G. dat ook heeft opgevangen weet ik niet, maar het levert een buitengewoon griezelig beeld op: een jongeman in de struiken, en tussen de auto's, terwijl hij de radiostem hoort van zijn niets vermoedende slachtoffer. Ik denk dat iedereen die zichzelf probeert te verplaatsen in de positie van degene die daar lag, met een zojuist doorgeladen pistool op zak, zich niet kan voorstellen dat hij kort daarna in staat zou blijken te zijn om zó onopvallend - beheerst - op Fortuyn af te lopen, dat het lijkt alsof hij op die locatie hoort.

Kort voor 18.00 uur groef hij het wapen op. Naar eigen zeggen kwam hij een beetje tussen de struiken uit, ging naast een auto liggen, met zijn gezicht richting de uitgang van het 3FM-gebouw, zodat hij onder de auto door die richting uit kon kijken (VERD/48). Hij kon buiten het 3FM-gebouw horen dat de uitzending was afgelopen, en zag Fortuyn naar buiten komen lopen met een paar andere mensen. Hij stond op en liep met een boogje om Fortuyn heen om hem van achteren te kunnen neerschieten. Wat Volkert hierover zegt is even doeltreffend als kil en berekenend: "Ik had bedacht dat als ik Fortuyn van voren zou benaderen hij het misschien zou zien aankomen. Het van achteren beschieten van Fortuyn zou de minste problemen opleveren. Hij zou dan niet wegduiken wat dan weer gevaar voor anderen zou hebben opgeleverd. Het was ook mijn bedoeling om Fortuyn niet onnodig te laten lijden. Van achteren zou ik hem direct dodelijk kunnen verwonden" (r-c blz.19).

Volkert beschrijft zijn gedachten op het laatste moment als "ogen op oneindig en verstand op nul (…) Van tevoren had ik nog wel twijfels, maar op het laatste moment niet meer. Dat ik op het laatste moment niet meer twijfelde, had ook met mijn overtuiging te maken. (…) Ik bedoel daarmee het plan, in de zin van dat ik op dat moment het gevoel had dat ik met iets goeds bezig was. U vraagt mij of ik daarmee doel op het ombrengen van Fortuyn en de gedachte daarachter. Ja, zo bedoel ik dat." (r-c blz.21).

hoe Volkert overkwam tijdens het schieten

Getuigen van de aanslag zeggen ook iets over hoe de schutter op hen overkwam.

Getuige Van D. (medewerkster van een omroep): "Hij kwam heel vastbesloten, koelbloedig over. Ik zeg dat met name omdat de man geen pauze liet vallen tussen de schoten" (r-c blz.18).

Getuige Zeroual (LPF-Kamerlid): "Ik ervoer de uitdrukking op zijn gezicht als koel en emotieloos" (r-c blz.3), en "ik zag op het gezicht van de man met het wapen een totale leegheid en gebrek aan emoties. Dit is me met name opgevallen omdat je van iemand die zojuist op iemand heeft geschoten, emoties zou verwachten van bijvoorbeeld schrik of kwaadheid" (r-c blz.5).

Getuige P. (medewerker van een omroep) noemt het optreden van de schutter "resoluut. De Cap maakte op mij de indruk dat hij duidelijk met 1 doel bezig was en dat hij voor niemand anders dan Fortuyn aandacht had" (r-c blz.9). Ook getuige K. (medewerker van een omroep) zag "geen moment van twijfel. Ik doel daarbij ook op het eerst onopvallend langs Fortuyn lopen om vervolgens van achteren toe te slaan" (r-c blz.4). Getuige De Wild kan het gedrag niet goed duiden, maar kan wel zeggen "dat de wijze waarop de dader onze richting op kwam lopen, op mij mij overkwam alsof hij de situatie ter plekke goed kende, alsof hij daar hoorde" (r-c blz.4).

Het is, vooral ook gelet op wat De Wild erover heeft verklaard, de vraag of Van der G. wel echt zijn 'verstand op nul, blik op oneindig' had. Hij had van te voren bedacht dat hij in alles onopvallend moest overkomen. En óók toen hij zijn laatste tien tot twintig meters in de richting liep van het kleine groepje mensen, bij wie Fortuyn stond, besefte hij dat hij normaal moest overkomen. Daarom rende hij niet. Hij kwam over als iemand die daar hoorde.

de aanslag

Hoewel Fortuyn enkele mensen dicht bij zich had staan, aarzelde Volkert niet, maar schoot hij van zeer korte afstand 5 keer van achteren op het bovenlichaam van Fortuyn. Volgens het NFI duiden de schotrestsporen op de kleding van het slachtoffer op een schootsafstand van niet meer dan 50 tot 150 centimeter (TR/115). Verdachte erkent deze korte afstand (r-c blz.21).

Volgens de verdachte zelf was hij geen geoefend schutter, en hoefde hij dat ook niet te zijn, "op zo'n korte afstand is het niet moeilijk om iemand te raken" (r-c blz.14 en 21).

De uitvoering van Volkerts voornemen was als die van een liquidatie. Om aan te geven hoe dat feitelijk werkt, citeer ik uit zijn eigen verklaring: "Ik heb hem wel ineen zien zakken en heb toen nog schoten afgevuurd. Ik heb toen doelbewust op zijn hoofd gericht en geschoten" (r-c blz.20) en "Ik heb na elke keer vuren de terugslag van het wapen gevoeld. Het gevolg van een terugslag was steeds dat ik het wapen weer moest richten. Dat heb ik tijdens het schieten op Fortuyn ook steeds gedaan" (r-c blz.22).

Bij dit beeld van een liquidatie past ook dat Van der G. een plastic tas om het pistool had gewikkeld. Wie het lef heeft om vrij open op zijn slachtoffer af te stappen en hem van zeer korte afstand durft neer te schieten, wil in ieder geval geen onnodige sporen achterlaten; kogelhulzen zijn belangrijk sporenmateriaal. Van der G. zegt door de bodem van de plastic zak heen te hebben geschoten (r-c blz.19 en ter zitting 27-03-03). Als hij dat goed had gedaan, zouden de hulzen in de zak zijn opgevangen, en waren zij niet op het Mediapark achtergebleven. Het heeft er alle schijn van dat het anders liep dan Volkert bij zijn voorbereidingen had bedacht; de hulzen rolden wel één voor één over de grond.

Extra kwalijk, want riskant, is het schieten door een plastic tas heen, doordat het richten daardoor wordt bemoeilijkt. Verdachte heeft alleen al daardoor het risico genomen dat hij één of meer anderen zou treffen.

Ruud de Wild ook bijna doodgeschoten

Om de grote ernst van de aanslag te benadrukken merk ik hier op dat getuige Ruud de Wild, die vlak bij Fortuyn stond, na het eerste schot een tas voor zijn hoofd hield (r-c blz.4). In deze tas bleek later een inschotopening te zitten. Het NFI stelt vast dat er geen aanwijzingen zijn dat die tas van minder dan 150 cm afstand is beschoten (TR/115). De afstand is dus waarschijnlijk iets groter dan die van waaraf Fortuyn is neergeschoten; kennelijk was Volkert toen al aan het weglopen. De Wild heeft bij de rechter-commissaris verder verklaard dat hij na de aanslag een bloeding in zijn linker oor had. Volgens een KNO-arts was dit waarschijnlijk het gevolg van de druk van een dicht bij zijn oor afgevuurd schot; ook heeft hij verklaard dat Fortuyn tijdens de schoten ineen zeeg terwijl hij een arm van De Wild vasthield (r-c blz.3). Een laatste bewijs dat De Wild echt bijna in de baan van de dodelijke kogels heeft gestaan is het feit dat op zijn tas (weliswaar minuscuul) celmateriaal en bloed is aangetroffen, waarvan het DNA-profiel past bij dat van Fortuyn. Kortom, Volkert heeft - wellicht bij zijn laatste schot, dat hij naar eigen zeggen per ongeluk afvuurde bij het weglopen (r-c blz.20) - toch bewust het risico aanvaard dat hij een ander naast Fortuyn zou treffen. Het had maar een haar gescheeld of ook De Wild was doodgeschoten. Hij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij bewust geen aangifte heeft willen doen; de aanslag was volgens hem op niemand anders dan op Fortuyn gemunt, en hij meent dat het voor hem zelf beter is dat hij niets meer met deze zaak te maken heeft (r-c blz.5). Ik respecteer deze keuze, en heb daarom de verdenking dat verdachte De Wild opzettelijk bijna heeft doodgeschoten, niet in de tenlastelegging opgenomen; de vele aandacht die dit proces al krijgt zou zich dan wellicht te veel op deze getuige toespitsen.

Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat met deze omstandigheid rond de moord op Fortuyn wel rekening moet worden gehouden bij de bepaling van de strafmaat; ik kom er dus op terug.

de dood van Fortuyn

Het slachtoffer Fortuyn viel terstond neer. Eén getuige noemt het met "een schokkende beweging" (NOS-medewerker, GET/53), De Wild zag hem "ineen zijgen" en dacht meteen dat het slachtoffer al stervende was (De Wild, r-c blz.3).

Fortuyn moet vrijwel direct zijn overleden, al heeft de gemeentearts - naar ik aanneem tegen beter weten in, maar het was wel Pim Fortuyn die daar lag - nog een uur lang geprobeerd te reanimeren (DIV/04). Getuige Zeroual is direct als enige bij hem neergeknield. Zij raakte enigszins in paniek, want zij merkte hoe open de plek was waar zij zat en wist niet wat er ging gebeuren. Na een korte rit met de heer De Booij over het Mediapark keerde zij bij het lichaam terug. Fortuyn vocht nog om adem, maar zei niets meer (r-c blz.4).

Uit het sectieverslag blijkt dat Fortuyn 5 keer was geraakt, eenmaal in de nek, tweemaal in de rug, tweemaal in het hoofd. De verwondingen aan de hersenen, het hart, de hals en de linker long kunnen de dood zonder meer verklaren, aldus de beide pathologen (TR/147).

had Volkert voorverkend?

Volkert stelt dat hij vóór 6 mei 2002 geen vluchtplan had; toen hij op 6 mei via het fietspad het Mediapark was opgelopen had hij bedacht dat hij zó het park zou verlaten (r-c blz.23). Het lijkt aannemelijk, maar roept toch vragen op.

Oké, hij wist pas op de avond van 5 mei dat hij op 6 mei op het Mediapark zou kunnen toeslaan, dus vóór 6 mei kon hij geen vluchtplan vanaf het Mediapark hebben. Maar het blijft voor degene die het Mediapark een beetje kent moeilijk voorstelbaar dat Volkert, die van plan was om Fortuyn te vermoorden op onbekend terrein, zijn auto zo maar ergens parkeerde, zo maar ergens het terrein opliep en alleen maar beetje onthield hoe hij gelopen was, en op díe manier probeerde zijn pakkans te verkleinen. Als we hem moeten geloven had hij aan één keer buitenom langs het Mediapark rijden, en bestudering van de uitgedraaide plattegrond (die vervolgens in de auto kon achterblijven), genoeg om te weten waar hij op het terrein moest zijn. Volkert had zich zó voorbereid op het onopvallende karakter van zijn uiterlijk (kleding, pet, geschoren, geen oorringen) en van de daadwerkelijke uitvoering van zijn plan (rustig lopen, schieten vanuit een tas). Zou hij echt voldoende hebben gehad aan één loopje over het terrein om zich tijdens zijn vlucht niet één keer in een bocht te kunnen vergissen? Het is toch eigenlijk een dwaze gedachte dat iemand die de bekendste politicus van Nederland van dat moment, op een zo belangrijk moment in de verkiezingscampagne, gaat vermoorden, over zijn eigen aftocht niet meer denkt dan: "Ik had zoiets van, ik kom wel weg, ik ren wel weg". Hij voegt daar nog aan toe dat hij ervan uitging dat mensen niet zo snel een gewapend persoon achterna zullen rennen, zeker niet nadat iemand is neergeschoten (VERD/49). Het is niet erg aannemelijk dat Volkert zó onzorgvuldig met zijn eigen vrijheid ná een succesvolle aanslag zou omgaan.

Er zijn ook een paar indicaties om aan te nemen dat hij zich toch wel iets beter op zijn aftocht heeft voorbereid:

Hij had zich die ochtend niet geschoren. Goed, het kan gebeuren dat je dat vergeet. Maar het is niet logisch als je je voorbereidt om geheel onopvallend van uiterlijk te zijn, en een stoppelbaard juist opvallend vindt. Het kan dus ook zo zijn dat Volkert die ochtend geen tijd of gelegenheid heeft gehad zich te scheren. Misschien omdat hij niet of nauwelijks thuis was? Toen de politie hem vroeg of hij zich zijn stoppelbaard die ochtend niet had gerealiseerd toen hij voor de spiegel stond, antwoordde hij: "Misschien omdat ik niet voor de spiegel heb gestaan. Ik weet het niet. Niet aan gedacht" (VERD/37). Zou hij inderdaad niet thuis zijn geweest die nacht of vroege ochtend? Als dát zo zou zijn geweest, had zijn vriendin dat moeten merken.

Hij had een bivakmuts in zijn jaszak (AH/347). Bij de rechter-commissaris wilde hij daarover, op advies van zijn raadsvrouwe, niets zeggen (r-c blz.26), terwijl hij voor het overige zo open was. Pas recent verklaarde hij dat hij deze muts uitsluitend tegen de kou in zijn bezit had (verklaring zitting 27-03-03); geen echte reden om dat niet al meteen bij de rechter-commissaris te zeggen, dunkt mij. Ik vond het plotselinge zwijgen daarover verdacht.

Van der G. heeft verklaard dat hij die 's avonds op 5 mei uit de beige koffer had gehaald, samen met zijn pistool (verklaring zitting 27-03-03). Op 6 mei rond 18.00 uur had hij zich niet opvallender kunnen gedragen dan met een bivakmuts over zijn hoofd, dus het is niet waarschijnlijk dat hij deze muts bij zich had met het oog op de aanslag. Het was een mooie dag, die 6e mei; Volkert had tegen zijn collega nog gezegd dat hij vanwege het mooie weer een middag vrij nam (GET/72). Bij de rechter-commissaris wilde verdachte op advies van zijn raadsvrouwe nadrukkelijk niet ingaan op mijn vraag waarom hij überhaupt een bivakmuts in zijn bezit had (r-c blz.26). "Ik had hem bij me voor 'je weet maar nooit'" was het toen nog. Volgens mij is het waarschijnlijker dat je een bivakmuts hebt om te dragen tijdens het donker, om nooit herkenbaar te zijn, en is het ook waarschijnlijker dat verdachte vergeten is deze muts uit zijn jaszak te verwijderen, dan dat hij de muts voor alle zekerheid bij zich had.

Ik heb verdachte gevraagd of het mogelijk is dat hij zijn idee om uitdrukkelijk onopvallende kleding en handschoenen te gebruiken, heeft geput uit oude brochures zoals "Verzet is mogelijk", dat in dezelfde koffer is gevonden. Hij heeft verklaard dat dat wel zo kan zijn (zitting 27-03-03). Het is heel opmerkelijk dat in datzelfde blad wordt aangeraden om de plaats waar je een actie wilt uitvoeren, tevoren te gaan bekijken, liefst 's nachts en met een bivakmuts op. Ik wil niet stellen dat Van der G. zich kort tevoren nog had georiënteerd in dit soort boekjes. Maar het mag dan misschien wel jaren geleden zijn dat hij belangstelling had voor dit soort lectuur, de strekking van een aantal algemene adviezen voor het voeren van acties kan hem prima zijn bijgebleven.

Volkert weet niet meer precies wanneer hij, met het oog op de aanslag, zijn pistool uit de koffer haalde: zondagavond 5 mei of maandagochtend 6 mei. Nader bij de rechter-commissaris en bij de politie, maar ook op de zitting (27-03-03) houdt hij het op 5 mei 's avonds (r-c blz.14 en VERD/41). Ook dat is opmerkelijk: een zó spannende gebeurtenis als het uit de koffer halen van een pistool dat daar al zó lang onaangeroerd en ongebruikt ligt, met het doel om daarmee het ergste misdrijf te begaan tegen een dagelijks in het nieuws zijnde politicus, dát moment moet toch in het geheugen gegrift staan? In dezelfde lijn is het voor mij onbegrijpelijk dat hij zich niet kan herinneren hoe hij die nacht in slaap is gekomen, hoe hij heeft geslapen, en hoe het 's morgens was om op te staan, en zijn vriendin en kind gedag te zeggen. Bijna elf maanden heeft verdachte de film van dat laatste etmaal kunnen terugdraaien.

Het lijkt mij eerder aannemelijk dat Volkert, die zich vele andere details wel herinnert, dit niet meer precies kan aanduiden omdat hij al vanaf het begin dat hij ging verklaren, iets ánders uit zijn verklaringen heeft weggefilterd, nl. dat hij op enig moment die nacht, ochtend of dag voorafgaand aan de aanslag de locatie van het Mediapark wat beter in zich heeft opgenomen dan hij ons nu wil doen geloven.

Hij had de plattegrond van het Mediapark in zijn auto laten liggen. Het park is groot, als je er nog nooit eerder bent geweest is het niet vanzelfsprekend dat je er goed de weg vindt naar, en vooral ook vanaf de plaats waar je iemand wilt gaan vermoorden, zonder dat je de plattegrond bij je hebt. Verdachte zegt bij de rechter-commissaris dat hij in zijn dagelijkse werk ook veel met kaarten te maken heeft, en daar goed mee kan omgaan (r-c blz.25). Het klinkt logisch, maar de plattegrond van het Mediapark lijkt niet op bedrijfsplattegronden die je voor milieuprocedures nodig hebt. Het gaat in dit geval om een tamelijk grof geschetst plaatje dat niet voldoende lijkt om verder ongezien je weg te vinden.

Er zijn stuifmeelsporen op Volkerts handschoenen aangetroffen, die overeenkomsten vertonen met die van de locatie waar hij in de bosjes heeft gezeten. Deze plek kan - in tegenstelling tot 5 andere locaties in het mediapark - de locatie van herkomst zijn (rapport NFI d.d. 1 november 2002). Dit beeld, dat weliswaar voorzichtig is geformuleerd, past wonderwel bij de eigen verklaring van de verdachte over de plaats waar hij zich die middag heeft schuilgehouden. In zoverre is het eerste NFI-milieuonderzoek een bevestiging van de verklaring van verdachte zelf.

Nu is er echter iets heel opmerkelijks. Enerzijds zegt verdachte dat hij die middag maar één keer op het Mediapark is geweest, nl. conform wat hij er zelf over heeft verklaard (VERD/59). Anderzijds zijn op de radio, de vloermat, de pedalen en één Spa-fles in zijn auto wèl - en zelfs veel - stuifmeelsporen gevonden (het nagezonden NFI-rapport 21 maart 2003). Het tweede NFI-milieurapport geeft aan dat het stuifmeel op die voorwerpen gelijksoortig van samenstelling is, en sterk overeenkomt met de verse component van het stuifmeel op verdachtes handschoenen en in de monsters uit het Mediapark. Er is dus sprake van mogelijk één bron, het Mediapark. Het kán ook van elders komen, maar niet uit verdachtes tuin in Harderwijk, en ook Bennekom is niet aannemelijk. Daar zijn de stuifmeelcomponenten te verschillend voor. Voor de aanwezigheid in zijn auto van dit stuifmeel, afkomstig van vermoedelijk het Mediapark, heeft verdachte tot op heden geen goede verklaring gegeven.

Kortom, er is op zijn minst aanleiding te vermoeden dat Volkert op enig moment in de nacht of vroege ochtend van 6 mei 2002 op het Mediapark is geweest, en daarna nog terug is geweest in zijn auto buiten het Mediapark.

Voor alle duidelijkheid, ik kan het niet aantonen dat Van der G. die nacht of ochtend is wezen 'voorverkennen'. De milieurapporten van het NFI moeten uiteraard met de nodige voorzichtigheid worden gelezen; de conclusies omtrent het verband tussen de stuifmeelsporen op twee locaties zijn niet hard. Maar alle genoemde feiten en omstandigheden roepen wel de vraag op of het niet zeer aannemelijk is dat hij de situatie wel degelijk eerder heeft bekeken, zijn positie heeft bestudeerd, en vervolgens nog enige tijd is weggegaan om later beter beslagen ten ijs te komen.

Waarom is het belangrijk dit op te merken? Het feitencomplex verandert er niet echt door. De tenlastelegging al helemaal niet.

Toch vind ik het belangrijk om hiernaar onderzoek gedaan te hebben, om beter te kunnen beoordelen hoe oprecht en betrouwbaar de verdachte in zijn verklaringen is geweest. Zowel over de feiten als over zijn drijfveren. Ik kom daarop terug bij de bespreking van zijn persoon.

de vlucht, de bedreiging en de aanhouding

We weten inmiddels goed genoeg hoe Volkert na het schieten is gevlucht. In één rechte lijn rende hij het Mediapark door en uit, achtervolgd door de getuige Smolders, halverwege gevolgd door de twee andere getuigen K. en S. De eerste keer dat 'de man met de pet', zoals getuige K. de verdachte noemde, zich naar K. omdraaide, zag deze getuige dat de man zijn hand in een jaszak had alsof hij daarin iets had waarmee hij op hem richtte (r-c blz.8). De verdachte heeft later verklaard dat hij zich inderdaad omdraaide met zijn hand in een jaszak, maar geen bedoeling had deze getuige te bedreigen; hij hield zijn hand in zijn jaszak op het wapen om te voorkomen dat het uit zijn jaszak zou vallen (r-c blz.3).

Wel erkent hij dat hij even later de getuige Smolders zijn wapen heeft laten zien om hem te weerhouden van verder achtervolgen (r-c blz.3). Smolders heeft verklaard dat de schutter zich op de Celebeslaan naar hem omdraaide en een wapen op hem richtte (r-c blz.5). Daarmee staat m.i. vast dat Volkert deze Smolders heeft bedreigd; dat hij niet de intentie heeft gehad om Smolders iets aan te doen (r-c blz.24) doet aan het karakter van bedreiging niets af.

Niet vast staat dat hij ook K. heeft bedreigd, en daarom is dat onderdeel van de tenlastelegging afgehaald.

Uit de videopresentatie van de vlucht-, loop- en rijroutes blijkt zichtbaar en duidelijk dat er niets mysterieus was aan het feit dat de politie zo snel ter plaatse was. Uit de beelden, die we hebben gezien in hetzelfde tempo als de gebeurtenissen zelf zich hebben afgespeeld, blijkt hoeveel er in enkele minuten kan gebeuren. De hoofdagenten Bosch en Lammers reden op surveillance in Bussum-Zuid, hoorden de melding van een schietincident - let wel: zij wisten toen niet wie het slachtoffer was, dus dáárop kunnen zij niet hebben gereageerd, zij deden gewoon wat zij behoorden te doen - en trokken ijlings hun kogelvrije vesten aan. De hondengeleiders Molenaar en Plantinga waren op het hoofdbureau in Hilversum, hoorden dat er geschoten was op het NOB-terrein en gingen meteen die richting uit. Via de meldkamer hoorden zij onderweg dat een getuige de locatie van de verdachte doorgaf. Toen zij iemand zagen zwaaien om hen de juiste richting op te loodsen, reden zij en vervolgens liepen zij de Celebeslaan in, steeds dichter op de verdachte aan.

Het is een samenloop geweest van bijzonder prijzenswaardig en alert optreden (primair natuurlijk van de heer Smolders, die grote moed heeft getoond door achter een schutter met vuurwapen aan te gaan èn onderweg de politie op de hoogte te houden, en vervolgens van de razendsnel optredende politieagenten) en een dosis toeval en professionaliteit (door op het juiste moment op de juiste plaats te zijn en geen fouten of vergissingen te maken), waardoor Volkert van der G. al zó snel kon worden aangehouden. Ik ben ervan overtuigd dat, als het na het schieten op Fortuyn had ontbroken aan deze moed en alertheid en dit beetje geluk, de verdachte een goede kans had gemaakt om ongezien weg te komen; en wie zou ooit op hém als mogelijke dader zijn gekomen? Volkert speculeerde daar zelfs op: hij zou in de anonimiteit kunnen verdwijnen, en daarmee oproepen dat de verdenking zou uitgaan naar ándere groeperingen of een ánder dan hijzelf. Bij de politie zegt hij daarover: "Stel nou dat ik weg was gekomen en jullie zouden niks gevonden hebben, dan was natuurlijk niet duidelijk geweest uit welke hoek dat zou zijn gekomen. Dus konden ze ook niet wijzen, in feite. Ze kunnen natuurlijk speculeren." (…) "…als er gewoon geen aanwijzingen zijn dat het uit een bepaalde richting komt, dan kan het toch nooit serieus worden. Dan denk ik ook dat als één of andere journalist allerlei suggesties zou doen, dat er dan allemaal weer tegenwerpingen zouden komen van andere zijden. Van dat zeg je nu wel, maar daar heb je geen aanwijzingen voor" (VERD/50).

Toen verdachte werd aangehouden was hij uitgeput. Hij had al eerder de energie uit zijn lichaam voelen stromen, door ontlading van de spanning en gebrek aan conditie. Hij was bekaf en kreeg een gevoel van berusting over zich (r-c blz.24-25). De twee agenten die hem aanhielden verklaren dat hij een diepe zucht slaakte, rustig bleef, buiten adem was, het schuim op de mond had staan, en heel diep ademde (Bosch, r-c blz.8, en Lammers, r-c blz.11). Nadat zij de verdachte op het politiebureau hadden gebracht, hoorden zij wie het slachtoffer van de schietpartij was. Dus nogmaals: hun optreden kan op geen enkele wijze zijn beïnvloed door de wetenschap dat het de heer Fortuyn was die kort tevoren was neergeschoten (Bosch r-c blz.9, en Lammers r-c blz.11-12).

Op het bureau heeft verdachte bij zijn verhoor ter gelegenheid van zijn inverzekeringstelling gezegd: "Ik leg geen verklaring af. Ik wil eerst overleg met mijn advocaat mr.Böhler" (DIV/05). Die zwijgzaamheid heeft hij ½ jaar volgehouden tot zijn verhoor bij de rechter-commissaris.

C. het bewijs van de ten laste gelegde feiten

Ten aanzien van feit 1 kan de betrokkenheid van de verdachte ruimschoots worden bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:

Fortuyn is gedood door vijf dodelijke kogels in zijn hoofd, nek en rug;

één getuige is de schutter onophoudelijk gevolgd tot aan zijn aanhouding door de politie;

verdachte had een pistool op zak, waarvan later is vastgesteld dat daarmee de zes afgeschoten kogels zeer waarschijnlijk zijn verschoten, en dat daarop een bloedspoor van het slachtoffer is aangetroffen;

verdachte had celmateriaal van het slachtoffer op zijn linker broekspijp;

ook had hij een grote hoeveelheid schotrestsporen op zijn handschoenen en mouwen;

hij heeft uiteindelijk bekend Fortuyn met het pistool te hebben doodgeschoten en deze daad tevoren beraamd te hebben. Daarom kan worden bewezen dat verdachte de heer Fortuyn met voorbedachten rade om het leven heeft gebracht.

Over de voorbedachten rade nog dit. Volkert heeft het plan weken tevoren opgevat, en is het betrekkelijk kort tevoren goed gaan voorbereiden: waar en wanneer, hoe, met wat voor wapen, in welke outfit. Hij heeft zich niet op één locatie georiënteerd, maar ook op de mogelijkheid dat hij Fortuyn zou moeten opzoeken bij een ander LPF-partijlid bij wie Fortuyn, naar Volkert dacht, wel eens zou kunnen verblijven.

Op de vraag van de rechter-commissaris of hij de aanslag had beraamd en voorbereid, zei hij kortweg "ja" (r-c blz.2). Daarna heeft hij dit nader verwoord door te zeggen "Het idee voor de aanslag is niet opeens ontstaan, maar is gegroeid" (r-c blz.4) en "Ik heb Fortuyn in alle media gevolgd en het totaalbeeld heeft mij op deze gedachte gebracht" (r-c blz.5). Later bevestigt Volkert de verklaring van zijn vroegere vriend Robert dat hij rationeel is in het doel en de gevolgen van zijn handelen: "het gebeuren van 6 mei 2002 kwam niet voort uit een impuls. Het was niet zo van 'wat zal ik eens gaan doen op mijn vrije middag?'. Ik heb er wel over nagedacht. Ik weet dat ik slordigheden heb begaan bij de uitvoering van die aanslag (…). Misschien had het te maken met het feit dat ik er onbewust niet zoveel over wilde nadenken" (r-c blz.29).

Weliswaar heeft Volkert tegenover de psychiater van het Pieter Baan Centrum gezegd dat hij niet heel erg heeft gepeinsd over zijn voornemen om Fortuyn te doden, dat het "een idee was dat zo naar binnen flitste", dat hij er niet te lang over wilde denken, en het te snel heeft gedaan (PBC-rapport blz.72). Hierdoor kan de indruk worden gewekt dat verdachte uiteindelijk in een opwelling zegt te hebben gehandeld, en van voorbedachten rade in zijn beleving eigenlijk tòch geen sprake is geweest.

De deskundige merkt echter meteen op dat verdachte op deze manier heeft getracht "de volle omvang van zijn voornemen niet te zien door telkens de mogelijkheid open te houden om zijn voornemen om de een of andere reden niet uit te voeren" (blz.72). Volkert hield een uitweg open en voorkwam daarmee dat hij in dwangmatig piekeren of twijfelen zou vastlopen (blz.77). Volkerts verklaring op dit punt heeft dus vooral een psychische lading, die zijn langdurig voornemen om op enig moment Fortuyn door geweld uit te schakelen onverlet laat.

Het bewijs voor feit 2 is gegrond op de verklaring van de getuige Smolders (GET/ 02 en r-c blz.5) en de bekennende verklaring van de verdachte zelf (r-c blz.3 en 24, en VERD/49).

Feit 3 - wapen- en munitiebezit - kan worden bewezen o.g.v. de volgende bewijsmiddelen:

bij verdachtes aanhouding werd op hem een pistool van het merk Star aangetroffen (AH/16), met nog één patroon in de kamer (AH/101). Het betreft een wapen en munitie van de categorie III ingevolge de Wet wapens en munitie (AH/16-17).

bij de doorzoeking van verdachtes woning in Harderwijk werden, in een koffer op zolder, 46 kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm aangetroffen (AH/99). Dit betreft munitie van de categorie III (AH/102).

verdachte heeft het voorhanden hebben van het wapen en de munitie bekend (r-c blz.3).

Ik wil nog een opmerking maken over de munitie die de verdachte in zijn bezit heeft gehad. Hij heeft verklaard (r-c blz.13) dat hij het wapen geladen kocht, en (later) 2 doosjes munitie. In totaal zijn 54 patronen op hem terug te brengen, dat zijn 2 doosjes van 25 stuks en, als zijn verklaring juist is, 4 in het wapen bij de aankoop.

Naar eigen zeggen heeft hij niet zo gek lang na de aanschaf van het wapen één proefschot gelost, om het wapen uit te proberen (VERD/39). Het merk patroon van dat proefschot kennen wij (uiteraard) niet. Naast één vol doosje met 25 patronen van het merk S&B werd bij hem thuis een doosje gevonden met twee patronen van het merk S&B, één patroon van het merk PMC en 18 patronen van het merk MRP; totaal 21 patronen dus, van drie verschillende merken, in één doosje. Verder is opmerkelijk dat uit technisch onderzoek blijkt dat de zes patronen waarmee Fortuyn is beschoten en de ene patroon dat nog in het pistool werd gevonden, ook van het merk MRP zijn. Met de 18 MRP-patronen in het doosje maakt dat in oorsprong één vol doosje van 25 stuks. Twee dingen springen hier in het oog:

Uit het feit dat hij over patronen beschikte van 3 verschillende merken, die niet geheel logisch in één van de doosjes waren opgeborgen, kan worden vermoed dat hij met de gekochte patronen wat heeft geëxperimenteerd voordat hij met het geladen wapen naar het Mediapark ging, en uiteindelijk 7 patronen uit het nieuwe volle doosje heeft gebruikt voor zijn plan.

Het is zeer de vraag of juist is dat verdachte ooit maar één keer een (proef)schot heeft gelost. Als zijn verklaring juist zou zijn, heeft hij een 'geladen wapen' gekocht met niet meer dan 4 patronen. Dat lijkt bij een capaciteit van 8 patronen (TR/101) niet erg waarschijnlijk. Maar goed, Volkert verklaart zelf dat hij 4 patronen bij het wapen kreeg (VERD/38-39). Bewijs dat hij bij de aankoop meer patronen had is er niet.

feit 4: de 35 condooms

Feit 4 vergt aparte bespreking.

Bij verdachte is op 24 juni 2002 een nadere doorzoeking van zijn woning verricht. Aanleiding was vooral een telefoongesprek tussen verdachte en zijn vriendin op 12 juni 2002 over iets in de garage. Verdachte vroeg Petra twee keer nadrukkelijk ergens even aan te denken, zonder in te gaan op wat dan precies. Petra zei dat de garage niet op slot kon, en vroeg aan haar vriend of het bekend was, en wat ze uit de garage zouden kunnen halen.

Wij interpreteerden dit gesprek als verhullend. Verdachte heeft dat later altijd bestreden, hij zou slechts bang zijn geweest voor inbraak of diefstal, maar feit is wel dat de rechter-commissaris bij een doorzoeking in de garage een kunststof container aantrof die gevuld was met chemische stoffen. Ook lag daar een kookwekker waaraan elektriciteitssnoeren en stekkers waren bevestigd. Daardoor leek het op een ontstekingsmechanisme met tijdvertraging. Ook werd een bamboe hengel met bidon en afstandsbediening gevonden. De wekker en de hengel staan afgebeeld in boeken over (ik noem het maar) chemisch actie voeren. Verder werden aantekeningen over chemicaliën gevonden.

Te veel voor iemand die het alleen maar leuk vindt scheikundige proefjes te doen. Maar ook te onwaarschijnlijk omdat deze stoffen en voorwerpen bij uitstek geschikt bleken te zijn voor het maken van brandbommen en dergelijke. Verdachte bewaarde thuis ook boekjes en brochures uit het anarchistische actiewezen, portofoons die afgesteld stonden op politiefrequenties, een scanner, een map met politiefrequenties, en bivakmutsen.

Daarom móest deze hoeveelheid stoffen en voorwerpen, in combinatie gezien, wel doen denken aan iemand die ze - ooit misschien - bedoeld heeft voor gebruik bij gewelddadige acties.

Ik heb overwogen aan verdachte ten laste te leggen dat hij zich, door het voorhanden hebben van al deze stoffen en voorwerpen, had schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 46 Wetboek van Strafrecht: voorbereidingshandelingen met het oog op brandstichting. Een redelijke verdenking was er zeker: de combinatie van al deze dingen kan tot het vermoeden leiden dat verdachte deze spullen voorhanden had, "kennelijk bestemd" tot het begaan van een misdrijf waarop acht jaar gevangenisstraf of meer is gesteld, zoals brandstichting.

Ik heb hiervan afgezien om de volgende reden. Uit het onderzoek is gebleken dat een aantal voorwerpen dateren van begin jaren '90. Verder is uit een landelijke analyse gebleken dat bij geen van de bekende aanslagen of andere gewelddadige acties, déze (mix van)

(284) Startpagina Pim Fortuyn. "Vrijheid van meningsuiting kost Nederland een Fortuyn"

Vrijheid van meningsuiting kost Nederland op 6 mei 2002 een Fortuyn. Pim werd voor 15 mei 2002 vermoord waarmee voorkomen werd dat hij zich kon inspannen om het OM een halt toe te roepen en zo mogelijk op de terugweg te dwingen. "Het is de corruptie van de coalities die belangrijker is dan het doen van recht" is een bekende uitspraak van Pim Fortuyn. Hij kreeg op 150502 1.3 miljoen stemmen

475 Zwartboek beveiliging Pim Fortuyn, hoe snel en op welke manier reageren LPF kamerleden op email van burger?

470 Confrontatie LPF met CDA Minister van Justitie Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief

359 Hans Smolders: "Als je er zelf inzit dan zie je pas hoe de mensen door Den Haag belazerd worden"

028 Lezers steunen zoektocht Hop naar (verborgen) bijbanen van rechter en CDA-informateur Rein Jan Hoekstra

183 Democratie in Nederland is een illusie III, Vetorecht CDA/VVD over LPF'ers

182 Democratie in Nederland is een illusie II, Lijst Pim Fortuyn razendsnel ingepolderd

288 Democratie in Nederland is een illusie I, waarschuwing voor de kamerleden/onderhandelaars LPF

178 De kunst van het liegen, tevens waarschuwing voor Hoekstra in onderzoekscommissie Haak

281 Hetze en taalgebruik tegen Fortuyn. Partij van de Arbeid krijgt pak slaag van kiezers

280 Informatie over de commissie en het (overheid)onderzoek naar de beveiliging rond Pim Fortuyn

282 Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan zorgt dat voor een ander politiek klimaat

275 Henk Westbroek is tegen elke vorm van censuur in Nederland

284 Rene Diekstra ging op zoek waarom gevestigde politiek geen afdoende antwoord had op Fortuyn

285 Pim Fortuyn van Nederlandse Le Pen tot Kennedy

286 Volkert leek vooral berekenend. Klacht Milieu-Offensief bij Raad voor de Journalistiek ongegrond

391Openbaar Ministerie: "Van der G. is een calculerende dader" ‘Niemand moet het ooit in z’n kop halen om nog een keer zoiets te doen’

493 Antwoord Volkert van der G. op vraag of zijn geweld tegen Fortuyn naar mijn mening gerechtvaardigd is: Toen, ja.

105 Toelichting officier van justitie ter terechtzitting rechtbank te Amsterdam in de strafzaak verdachte moord Fortuyn

488 Tenlastelegging verdachte in de zaak Fortuyn door officier van justitie Koos Plooy

447 REQUISITOIR van de officier van justitie te Amsterdam in de strafzaak tegen (parketnr.13/123078-02)Volkert VAN DER G.

078 Requisitoir hoger beroep: "Verdachte heeft een politieke moord gepleegd en daarbij past een levenslange gevangenisstraf"

497 Overzicht gevonden anarchistische lectuur Volkert van der G. in een koffer op de zolder is te lezen in requisitoir hoger beroep