Trouw, 30-06-2003

door Louis Cornelisse

Heeft Volkert van der G. wel zijn hele verhaal verteld? De twijfel daarover groeit. Zijn motief om de flamboyante politicus Pim Fortuyn op die fatale zesde mei 2002 dood te schieten, is wel erg dun. Ook worden aan de vooravond van het hoger beroep in de zaak vraagtekens gezet bij het onderzoek naar Van der G.'s geestelijke gesteldheid. In het gerechtshof zal Volkert deze week worden uitgedaagd zijn hele waarheid te onthullen.

Chef Henk Doeland (Team OMF - Onderzoek Moord Fortuyn) vertrouwt die verklaring nog altijd voor geen cent. De politieman is ervan overtuigd dat de even fanatieke als precieze milieu-activist iets achter de kiezen houdt. Op het politiebureau, enkele uren na zijn (opvallend eenvoudige) arrestatie, schrijft Van der G. zijn eerste verklaring op een papiertje. Advocaat Böhler, naar wie hij meteen na zijn aanhouding vraagt, leest daar voor het eerst iets over zijn motief. De eerste indicatie van het 'waarom' wordt op een papiertje gezet. Want Van der G. is wel zo bij zijn positieven dat hij er rekening mee houdt dat ze worden afgeluisterd.

Van der G. schrijft: ,,MOTIEF? - Politiek. Minister Zalm vindt hem een gevaarlijke man. Dat vind ik ook. Hij criminaliseert bepaalde groepen, omdat hij weet dat hij daarmee 'scoort'. Hij drijft op de onvrede die er heerst, maar probeert m.i. niet echte oplossingen aan te dragen. Wat dat betreft is er een parallel met de jaren dertig van de vorige eeuw. Met hem maakt de politiek een ruk naar rechts zodat m.i. een sociale samenleving, waar wij nu al ver vanaf staan, nog verder uit zicht komt''.

Doeland verbaast zich er nog over dat Van der G. in de aanloop naar zijn daad nooit over politiek of Fortuyn heeft gesproken. Zijn rechercheteam heeft de omgeving van Volkert uitgekamd. Vriendin Petra, zijn ex Astrid, moeder en broer Van der G., boezemvriend en collega Sjoerd van de Wouw, allemaal zijn ze uitvoerig gehoord. Talloze anderen zijn ondervraagd. Collega's als John en Jasper, en andere activisten, onder wie Robert. Van der Wouw, die toch zij aan zij met hem streed in de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) zegt niet eens te weten of Volkert wel ging stemmen.

Om Van der G.'s a-politieke houding te illustreren citeert officier van juistitie Koos Plooy voor de rechtbank zo'n beetje zijn hele vriendenkring. Eensluidend zeggen ze: Van der G. beet zich vast in de strijd tegen dierenleed en milieuvervuiling. De schaarse tijd die hij overhield besteedde hij aan zijn gezin: vriendin Petra en zijn dochtertje Sabine, dat op 6 december 2001 is geboren.

De film in de tijd terug draaiend is het wel heel curieus dat Volkert niets over Fortuyn opmerkte. De politicus was met zijn bravoure en uitdagende standpunten in die dagen voor de landelijke verkiezingen hét gesprek van de dag. Er werd zelfs voorspeld dat zijn Lijst Pim Fortuyn op 15 mei vanuit het niets de grootste partij van Nederland zou worden. Waarmee Fortuyns uitroep 'Ik word minister-president' bewaarheid zou worden.

Volkert hield zich afzijdig van al die debatten over Fortuyn. Terwijl naar eigen zeggen Fortuyn in zijn hoofd een steeds groter gevaar werd. Zo heftig werden die gedachten, dat hij nadacht over het beramen van de aanslag. Maar dat viel niemand op. Doeland heeft met zijn team geprobeerd zich voor te stellen hoe zoiets in zijn werk is gegaan. ,,Er zijn mensen die in staat zijn om bepaalde activiteiten uit te voeren zonder het daar ooit met iemand over te hebben. Van der G. is zo iemand.'' De onderzoekers in het Pieter Baan Centrum (PBC) hebben dezelfde indruk. Gesloten, afstandelijk en cynisch noemen ze hem. Zijn duistere gedachten geeft hij niet prijs. De psychiater en psycholoog noemen zijn observatie een 'kat-en-muis-spelletje' waarbij hijzelf zoveel mogelijk buiten schot wil blijven.

Het forensisch instituut heeft twee belangrijke conclusies getrokken uit de observatie van Van der G.. Beide kunnen van groot belang zijn tijdens het hoger beroep deze week. Van der G. was ten tijde van de liquidatie normaal bij zijn verstand. In jargon wordt hij volledig toerekeningsvatbaar geacht. De tweede luidt: er valt niet te zeggen of Volkert weer een moord kan plegen. Voor het inschatten van het risico op recidive is Volkerts gerichtheid op Fortuyn te specifiek geweest.

Doeland kan niet goed begrijpen dat het PBC Van der G. volledig toerekeningsvatbaar heeft verklaard. De teamchef: ,,Hij is door de specialisten van het PBC geestelijk gezond bevonden. Nou, ik denk dat het niet normaal is als je iemand die je eigenlijk niet eens kent, en met wie je ook geen rechtstreeks conflict hebt, zo koelbloedig kan liquideren. En dan ook nog het plan hebben met je leven verder te gaan, of er niets is gebeurd. Ik vind dat griezelig als zo iemand normaal wordt geacht.''

Doeland vindt de gevolgen van de conclusies van het PBC extra angstaanjagend, omdat de rechtbank op die beoordeling heeft voortgeborduurd. In het rapport wordt gezegd dat 'geen uitspraak gedaan kan worden over recidive'. De rechtbank maakt daar in het vonnis van het 'niet aannemelijk te vinden' dat Van der G. nog eens zo'n ver strekkende daad begaat. Vandaar dat het vonnis luidt: achttien jaar cel, opname in een tbs-kliniek is niet nodig. De passage in het vonnis van de rechtbank dat gaat over het recidive-gevaar wordt als zwak beschouwd. Het hof kan daarin een reden zien Volkert nog eens aan de psychologisch onderzoek te laten onderwerpen. Dan is niet ondenkbaar dat tbs alsnog in beeld komt.

De politieman is het ook verre van eens met de uitspraak dat Van der G. louter een politiek motief had om Fortuyn af te stoppen. ,,Volgens mij had hij géén politieke overtuiging. Hij gaf om dieren, dat was het.'' Doeland voegt er wel aan toe dat zijn ervaring met 'overtuigingsdaders' zoals Volkert niet groot is. Zo vaak komt het niet voor dat een dader zijn toekomst vergooit voor een zogenaamd hoger doel.

Als Doeland gelijk heeft, houdt Volkert dan psychologen, psychiaters en rechters voor de gek? Dat is heel goed mogelijk, reageert prof.dr. Peter van Koppen. De rechtspsycholoog: ,,Daders stellen hun motief bij of verzinnen als ze in detentie zitten een ander. Dat is heel gangbaar''. Het heeft naar zijn ervaring geen enkele zin uit te zoeken wat nu de werkelijke reden van het plegen van een levensdelict is. ,,Je komt er toch niet achter als ze dat niet willen zeggen''. Ook het Pieter Baan Centrum niet? Nee, zegt Van Koppen. ,,Toerekeningsvatbaarheid is typisch een uitvinding van juristen. Het begrip suggereert dat een mens volledig uit vrije wil kan handelen. Dat is maar de vraag.''

En hoe kun je er achter komen of een individu uit zichzelf bij vol verstand heeft gehandeld of niet? Van Koppen: ,,De enige bron daarvoor is per definitie onbetrouwbaar, namelijk de verdachte. Die wil of kan niet vertellen wat hem of haar heeft gedreven de daad te plegen''.

Het PBC heeft vastgesteld dat Volkert dwangmatig gedrag vertoont. De deskundigen kunnen evemwel de stoornis niet in verband brengen met de moord. Wat zou in het brein dan wel een rol gespeeld kunnen hebben om de moord te plegen? Tenslotte verklaart Van der G. zelf: ,,Omdat je iemand niet mag, schiet je hem nog niet dood''.

Van Koppen sluit niet uit dat Volkert een wannabe is, een figuur die door een schokkende actie in het middelpunt van de belangstelling wil komen. Later verzint zo iemand een passend motief bij de daad. Van Koppen: ,,Je kunt je afvragen hoe het komt dat Van der G. zijn directe omgeving zo heeft verbijsterd met deze gebeurtenis.'' Volgens hem kan dat totaal onverwachte van zijn daad wijzen op de heimelijke wens een heldendaad te verrichten, waarover je met geen mens praat.

Een ander motief, naast 'Fortuyn werd een steeds groter gevaar voor de zwakkeren', kan afgunst zijn geweest. Officier Plooy sluit dat (mede-)motief niet uit. ,,Aan de ene kant verafschuwde Volkert Fortuyn om zijn opportunisme, ijdelheid, gebrek aan opofferingsgezindheid en macht als doel. Tegelijkertijd had Volkert wel respect voor een eigenschap van Fortuyn die hijzelf juist mist: verbale kracht''. Ook uiterlijk waren de twee -zoals Plooy het noemt- elkaars tegenpool. Fortuyn was lang van gestalte en in ieder gezelschap nadrukkelijk aanwezig; Van der G. is nog geen 1.70 lang en een onopvallende figuur.

In zijn pleidooi voor de rechtbank veegde advocaat Stijn Franken met al die theorieën de vloer aan. Op gezag van van het PBC wierp de raadsman op dat het motief van zijn cliënt anders is dan anders. ,,In het gros van de moordzaken speelt een hoogstpersoonlijk motief. Dan gaat het om hebzucht, machtswellust, haat, jaloezie of wraak. Het motief van Volkert ligt buiten zichzelf. Hij heeft Fortuyn niet vermoord omdat die hem bedreigde, maar om zwakkeren te beschermen tegen de macht die de politicus mogelijk zou krijgen''.

De advocaat noemt het doel van Volkert authentiek. Franken: ,,Het motief van Volkert is niet slechter of weerzinwekkender dan een persoonlijk motief''. Wat risico van herhaling betreft kan Franken kort zijn. Berouw tonen betekent in de ogen van Van der G. dat hij Fortuyn niet had moeten liquideren. Het enige dat hij wil toegeven is: ,,Liever had ik gezien dat iemand anders het had gedaan. Nee, ik zou het niet nog eens doen''.

Zo helder als Volkert zijn motief afschermde voor aanvallen van Doeland, Plooy, de rechter-commissaris en de rechters, zo mysterieus blijft de inhoud van een briefje van Volkerts hand. In het kattebelletje dat hij op 21 juli 2002 aan zijn vriendin Petra vanuit de Bijlmerbajes schreef, staat: ,,(...) mocht ik ooit nog eens een verklaring afgeven aan de rechterlijke macht of in de media, dan hoeft dat natuurlijk niet noodzakelijkerwijs de waarheid te zijn. Voor de buitenwereld is de waarheid niet belangrijk-het hoeft slechts functioneel te zijn.''