Nederlands Dagblad, 26-06-2003

door onze redacteur Gerard Beverdam

MAASTRICHT - Volkert van der G. is door de Amsterdamse rechtbank óf te licht, óf te zwaar gestraft voor de moord op Pim Fortuyn. Tot deze opmerkelijke conclusie komt prof. mr. Nico Roos, rechtsfilosoof aan de Universiteit Maastricht. Komende dinsdag begint het hoger beroep in de zaak Volkert van der G.

,,Van der G. is vooralsnog geslaagd in zijn opzet zichzelf als een soort verzetsstrijder te profileren, doordat alle partijen zijn spel hebben meegespeeld.'' Prof. Roos laat er in een artikel dat vandaag in het Nederlands Juristenblad verschijnt, geen misverstand over bestaan dat in zijn visie de moordenaar van Pim Fortuyn juist géén 'verzetsstrijder' is. De hoogleraar ziet Van der G. als iemand die tegen een burnout aan zat, maar vanwege zijn persoonlijkheidsstoornis zichzelf niet toestond minder dan tachtig uur per week te werken. ,,Met de moord op Fortuyn heeft hij zich een rechtvaardiging verschaft om zich minder in te zetten voor de dieren'', aldus Roos.

De hoogleraar vertelt dat het idee om een uitgebreid artikel te schrijven, werd geboren toen hij het vonnis in de zaak-Van der G. onder ogen kreeg. ,,Daarin wordt zoveel gestunteld over het belang van een zorgvuldige rechtsgang. Ook wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak zijn verschillende conclusies slecht onderbouwd.''

Roos' uitgebreide artikel bevat twee hoofdlijnen: kritiek op het vonnis en kritiek op het rapport van het Pieter Baan Centrum, dat Van der G.'s persoonlijkheid onderzocht. Wat betreft het vonnis - dat uitgaat van toerekeningsvatbaarheid van Van der G. - vindt hij dat de rechtbank het gevaar op recidive niet goed heeft ingeschat en ook de zwaarte van de aanslag op de democratie miskent. ,,De rechtbank ziet Van der G. als een overtuigingsdader; iemand die de moord pleegde om daarmee - in eigen ogen - een beter doel te dienen. Waarom dan helemaal geen gevaar zien voor recidive? Van overtuigingsdaders is juist bekend dat zij tot het uiterste willen gaan. Ook gaat de rechtbank volledig voorbij aan artikel 121 in het Wetboek van Strafrecht, waarin is vastgelegd dat aanslagen op de democratie en op parlementariërs zwaar moeten worden gestraft. Ook heeft de moord een heel andere, bedreigende cultuur voor politici tot gevolg gehad. Was Van der G. werkelijk een overtuigingsdader, dan was levenslang - uiteraard met daarbij de mogelijkheid tot gratie - op z'n plaats geweest.''

Echter, prof. Roos ziet Van der G. juist níet als een overtuigingsdader. Hij denkt dat de moordenaar van Pim Fortuyn bewust zich als zo'n dader wil neerzetten, om daarmee zijn persoonlijke motieven te verbloemen. ,,Ik zie de moord als een manier voor Van der G. om tegenover zichzelf te rechtvaardigen dat hij niet meer aan z'n maatstaven kan voldoen. Daarbij had hij een heel grote afkeer van Fortuyn. Hij zag zichzelf als iemand die nobele doelen nastreefde maar nauwelijks iets bereikte, terwijl de populist Fortuyn met zijn verbale kracht - waar zelfs Van der G. bewondering voor had - alle aandacht naar zich toe wist te trekken.''

Het Pieter Baan Centrum schrijft in haar rapport dat de 'obsessief-compulsieve' persoonlijkheidsstoornis van Van der G. niet van invloed is geweest bij het beramen van de moord. Roos betwist dat en wijst erop dat geen van de bekenden van Van der G. kon begrijpen waarom hij de moord pleegde. ,,Dat alleen al maakt het oordeel 'toerekeningsvatbaar' dubieus.'' Verder heeft Van der G. al eens agressie op zichzelf gericht; na een verbroken relatie sneed hij zijn polsen door.

Met 'toerekeningsvatbaar' hebben het Pieter Baan Centrum, het Openbaar Ministerie en de rechtbank Volkert het stempel opgedrukt dat de maatschappij wilde. ,,Er leefde immers zoiets van: die zal wel weer verminderd toerekeningsvatbaar zijn. Maar met dit stempel is Van der G. gegeven wat ook híj wilde: een camouflage voor zijn werkelijke motieven, die wel degelijk aanleiding bieden voor verminderde toerekeningsvatbaarheid.''

Wanneer Van der G. verminderd toerekeningsvatbaar is, zoals Roos stelt, is hij juist te zwaar gestraft. Roos: ,,Dan zou ik als rechter een straf van acht tot tien jaar plus tbs hebben opgelegd. Ik weet overigens niet in hoeverre de stoornis van Van der G. te behandelen is. Maar het vonnis dat ik voorsta, waarbij hij dan na zo'n tien tot twaalf jaar vrijkomt, is een behoorlijk zware straf. Tegen die tijd wordt er ook heel anders tegen de moord op Fortuyn aangekeken.''

Prof. Roos hoopt dat de rechters in het hoger beroep beter zullen kijken naar het recidivegevaar, zeker wanneer ook zij Van der G. als volledig toerekeningsvatbaar zien. Maar Roos heeft liever dat het Amsterdamse gerechtshof een nieuw onderzoek laat doen naar de persoonlijkheid van Van der G., door onafhankelijke deskundigen.

Het Openbaar Ministerie heeft aangekondigd Van der G. volgende week te willen 'uitroken' over zijn motief, omdat het de verdachte tot nu toe niet geloofd. Roos: ,,Dat lijkt me terecht.''